In de Wmcz staat niets over contacten tussen de cliëntenraad en de Raad van Toezicht. Dat wil niet zeggen dat er geen contacten mogen zijn met de Raad van Toezicht. Het kan juist nuttig zijn om regelmatig contact te hebben.

Er zijn verschillende onderwerpen die interessant zijn om met de Raad van Toezicht te bespreken. Een voorbeeld hiervan is de communicatie tussen (huis)artsen, verpleegkundigen, medewerkers en cliënten, of het doorvoeren van het gastvrijheidsprincipe binnen de organisatie. Ook voor de Raad van Toezicht is het belangrijk om contact te hebben met de cliëntenraad. Zij krijgen daardoor meer zicht op het perspectief van de cliënt en op de zorg die de organisatie biedt.

Er zijn cliëntenraden die op vaste momenten in het jaar een overleg hebben met de Raad van Toezicht. Dit varieert van een tot zes maal per jaar. Soms is er ook een periodiek overleg van de cliëntenraad met de persoon uit de Raad van Toezicht die door de cliëntenraad bindend is voorgedragen.

Het LSR hoort in de praktijk dat de Raad van Bestuur soms het overleg tussen de cliëntenraad en de Raad van Toezicht verbiedt. Echter de cliëntenraad mag overleggen met iedereen binnen of buiten de organisatie met wie hij informatie wil delen. In deze situatie is het goed de Raad van Bestuur te vertellen waarover de cliëntenraad wil overleggen met de Raad van Toezicht.

Delen op social media

About Author