De komende tijd verandert er veel in de langdurige zorg. In 2015 gaat een deel van de AWBZ-zorg die nu door instellingen wordt geleverd over naar de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning). Zorgaanbieders zien een deel van hun inkomsten verdwijnen doordat cliënten overgaan naar de Wmo. Om zich hier op voor te bereiden maken veel zorgaanbieders plannen om te reorganiseren.

Wat kan de cliëntenraad doen?
Een cliëntenraad kan in het proces van reorganiseren op verschillende momenten invloed uitoefenen en advies uitbrengen. Verhuizen of op een andere manier gaan wonen, kan ingrijpende gevolgen hebben voor cliënten. Maar ook de benoeming van een nieuw locatiehoofd kan voor grote veranderingen zorgen voor cliënten.

Het is belangrijk dat de cliëntenraad via zijn advies de mening van de cliënten laat horen. De cliëntenraad gaat immers uit van het perspectief van de cliënt. Een cliëntenraad kan in het proces van reorganiseren op verschillende momenten invloed uitoefenen en advies uitbrengen. Om de cliëntenraden hierbij te ondersteunen heeft het LSR samen met Ieder(in), Vraagraak-KansPlus twee handreikingen uitgebracht:

Adviseren rond reorganisatie in de zorg voor mensen met een beperking
een versie in eenvoudige taal
Vragen en antwoorden
In de praktijk komt er veel op u als raad af. Om u hierbij te ondersteunen, geeft het LSR antwoord op vragen die u als raad tegenkomt. Daarom vindt u op deze plaats de meest voorkomende vragen. De komende tijd worden deze vragen en antwoorden verder aangevuld. Staat uw vraag er niet bij of wilt u meer informatie neem dan contact op met de helpdesk.

Moet de bestuurder informeren of advies vragen over samenwerking andere organisatie?
Wat moet er in een sociaal plan staan?
Moet de adviesvraag over sluiting van locatie naar de centrale of lokale raad?
Mag de instelling zomaar stoppen met aanbieden ambulante zorg?
Kan de raad advies geven over ontslag personeel?
Kan de raad advies geven over bezuinigingen op de ondersteuning van de raad?
________________________________________________________________________

1. Moet de bestuurder informeren of advies vragen over samenwerking andere organisatie?
Onze Raad van Bestuur geeft aan dat de komende tijd in het kader van de Wmo veel samenwerkingsmogelijkheden met andere partners verkend gaan worden. Besluiten over samenwerken zullen in kort tijdsbestek genomen moeten worden. De Raad van Bestuur stelt daarom voor om geen advies hierover te vragen aan de clientenraad. Hij wil ons wel achteraf informeren over de samenwerkingsrelaties die hij is aangegaan. Wat is jullie advies hierin?

Antwoord
Omdat er veel beslissingen in een korte tijd genomen moeten worden kan de tijd voor het vragen van een advies krap zijn. Het is prettig dat de bestuurder dit van tevoren aangeeft en een alternatief biedt door de raad te informeren.

Toch hoeft tijdsdruk geen reden te zijn om de adviesprocedure niet te volgen. Een adviesprocedure hoeft natuurlijk niet altijd weken te duren. De clientenraad zou een verkorte adviesprocedure kunnen voorstellen. Bijvoorbeeld: bij voorgenomen samenwerking wordt de raad geïnformeerd en krijgt de raad gelegenheid om dit binnen een week met de bestuurder te bespreken. De raad neemt dan binnen een aantal dagen zijn standpunt in.

________________________________________________________________________

2. Wat moet er in een sociaal plan staan?
Bij onze instelling is een reorganisatie gaande waarbij diverse locaties gaan sluiten en cliënten moeten verhuizen. Nu moet er een sociaal plan opgesteld worden voor cliënten. Waaraan moet dat sociale plan voldoen?

Antwoord
Er zijn geen duidelijke regels waaraan een sociaal plan moet voldoen. Het LSR adviseert om de volgende punten in het sociaal plan op te nemen:

Informatie
Tijdige en regelmatige informatie door de zorgaanbieder aan cliënten (en hun familie) over de stand van zaken van de verhuizing of sluiting.
Informatie in begrijpelijke taal liefst zowel mondeling als schriftelijk.
Duidelijke informatie over de consequenties van de sluiting of verhuizing voor cliënten.
Informatie over keuzes die cliënten kunnen maken over de woning (andere woonlocatie van de zorgaanbieder of een woonlocatie van een andere zorgaanbieder of wellicht zelfstandig wonen).
Hoe er rekening gehouden wordt met de woonwensen van cliënten.
De medewerkers van de instelling moeten op de hoogte zijn van alle informatie zodat zij ook vragen van cliënten en verwanten kunnen beantwoorden.
Praktisch
Op welke datum de verhuizing of sluiting in gaat.
Welke individuele hulp en ondersteuning de cliënten krijgen voor, tijdens en na de verhuizing. (Hieronder vallen bijvoorbeeld hulp bij inpakken, vervoer, uitpakken, inrichten, aansluiting van apparatuur.)
Duidelijkheid over wat cliënten eventueel zelf moeten doen en regelen.
Wat de vergoedingen zijn voor verhuiskosten en herinrichtingskosten (zie kopje vergoedingen).
Vergoedingen
Cliënten mogen geen financieel nadeel hebben van de gedwongen verhuizing als gevolg van de verhuizing of sluiting. Dit geldt zowel voor de kosten van de verhuizing als van de herinrichting.
Informatie over hoe de vergoeding van de kosten plaats gaat vinden. Bijvoorbeeld in natura of op basis van ingediende nota’s.
Duidelijkheid welke kosten van de herinrichting vergoed worden en tot welke hoogte. In ieder geval vallen onder vergoeding door de zorgaanbieder de kosten voor de aanschaf van gordijnen, vitrages en vloerbedekking.
NB Het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) heeft op 14 februari 2014 een brief geschreven over de kosten van verhuizingen wanneer een instelling een locatie sluit. Hierin staat: “Ons standpunt is dat de instelling de kosten moet vergoeden die de bewoner vanwege dat besluit moet maken. Dat is geen (publiekrechtelijke) aanspraak en kan dus niet ten laste van de AWBZ komen, maar vloeit voort uit de relatie tussen aanbieder en bewoner. We zien die kosten vooral als frictiekosten die de instelling maakt om de betreffende locatie te sluiten.” Voor de brief klik hier.

Klachten
De mogelijkheid om een klacht in te dienen en informatie over hoe de klacht ingediend kan worden.
Het zou goed zijn als de zorgaanbieder een persoon benoemd die ‘vertrouwenspersoon sociaal plan’ als functie heeft. Deze kan bemiddelen bij geschillen en klachten en cliënten ondersteunen die een klacht of geschil willen voorleggen bij de klachtencommissie van de instelling.
________________________________________________________________________

3. Moet de adviesvraag over sluiting van locatie naar de centrale of lokale raad?
Bij onze instelling worden locaties gesloten. Waar moet de adviesvraag neergelegd worden? Bij de lokale of de centrale raad? En wat gebeurt er met locaties die geen cliëntenraad hebben?

Antwoord
In principe is het zo dat waar het besluit genomen wordt ook de medezeggenschap plaats vindt. Wordt het besluit om een locatie te sluiten door een manager, die over een aantal locaties gaat, genomen, dan heeft de lokale clientenraad adviesrecht. Als de bestuurder van de gehele instelling besluit om locaties te sluiten in het kader van een algehele reorganisatie dan heeft de centrale cliëntenraad adviesrecht.

Als de sluiting van de locatie op locatieniveau genomen wordt en er is geen clientenraad dan is er ook geen medezeggenschap. De manager heeft dan geen cliëntenraad waaraan de adviesvraag voorgelegd kan worden. Het recht van de medezeggenschap schuift niet automatisch door naar de CCR.

Bij de sluiting van locaties wordt een sociaal plan opgesteld waarin geregeld is waar de huidige clienten heen gaan en hoe het geheel georganiseerd wordt. Dit sociale plan is een regeling voor clienten en daarmee verzwaard advies (artikel 3.1.L).

Voor de inhoud van het sociale plan zie vraag 2 over de inhoud van het sociale plan.

________________________________________________________________________

4. Mag de instelling zomaar stoppen met aanbieden ambulante zorg?
Ambulante cliënten krijgen een brief van de instelling dat ze vanaf januari 2015 geen zorg meer krijgen van de instelling. We weten dat deze cliënten dan onder de Wmo gaan vallen. Maar mag de instelling zomaar stoppen met de zorg voor hen?

Antwoord
Vanaf het moment dat de nieuwe wet Wmo ingaat gaan de ambulante cliënten over naar de gemeente. De gemeente wordt dan verantwoordelijk voor de cliënten en gaat beoordelen wat een cliënt nodig heeft. Het is mogelijk dat de instelling afspraken met de gemeente kan maken om de begeleiding van de cliënten voort te zetten. Het kan ook dat de gemeente dit op een andere manier gaat organiseren. Buiten de huidige instelling. Dan zullen de cliënten niet meer begeleid worden vanuit de instelling.

Een instelling mag stoppen met het geven van zorg als er een gewichtige reden is. Een gewichtige reden is als de zorginstelling geen vergoeding meer krijgt. Als de zorginstelling géén contract krijgt met de gemeente om de zorg te verlenen krijgt zij geen vergoeding en mag ze de zorg opzeggen. Maar de instelling heeft een vergaande zorgplicht voor cliënten die onder haar zorg vallen. In andere gevallen – bijvoorbeeld als hij minder geld krijgt van de gemeente – mag zij niet zomaar de zorg beëindigen. De instelling kan dan wel met de cliënt in gesprek gaan en kijken of er andere afspraken gemaakt kunnen worden.

Contract opzeggen
Voordat de zorginstelling het contract met de cliënt opzegt moet zij de volgende stappen ondernomen hebben:

de cliënt is meermaals schriftelijk geïnformeerd
de consequenties van het beëindigen van het contract zijn uitgelegd
er is gezocht naar (interne) alternatieven voor de cliënt
die alternatieven zijn met de cliënt besproken zodat de cliënt hierover kan nadenken
de reden voor de opzegging (financiële reden) is duidelijk gecommuniceerd
er is een redelijk opzegtermijn.
Overgangsjaar
In het jaar 2015 geldt een overgangsrecht. Cliënten met een indicatie op persoonlijke verzorging, begeleiding, kortdurend verblijf en vervoer houden het recht op die zorg in de looptijd van hun indicatie en tot uiterlijk 31 december 2015. In het overgangsjaar hebben ze recht op zorg onder dezelfde condities als onder de AWBZ. Voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is dient de gemeente ervoor te zorgen dat de cliënt bij zijn bestaande zorgaanbieder blijft.

Vragen cliëntenraad
Om de transitie zo goed mogelijk te laten plaatsvinden, kan de raad aan de bestuurder de volgende vragen stellen:

Hoe zorgt de instelling ervoor dat de transitie zorgvuldig plaatsvindt?
Worden cliënten goed en duidelijk geïnformeerd zowel door de instelling als door de gemeente?
Worden de cliënten goed geïnformeerd over de consequenties van het beëindigen van het contract?
Worden er alternatieven geboden en hoe zien die eruit?
Gaat de instelling de cliënten nog begeleiden tijdens het overgangsrecht?
Is er duidelijkheid over de procedure en de planning rondom de transitie?
Is er een aanspreekpunt voor de cliënten zowel bij de instelling als bij de gemeente?
Krijgt de cliënt informatie over hoe en waar ze eventueel een klacht kunnen indienen?
_____________________________________________________________________

5. Kan de raad advies geven over ontslag personeel?
Door de bezuinigingen wordt veel personeel ontslagen. De bestuurder zegt dat dit alleen voorgelegd moet worden aan de OR omdat het gevolgen heeft voor het personeel. Is dit wel zo?

Antwoord
Van belang is om na te vragen wat de gevolgen van deze ontslagen zijn voor de instelling en voor cliënten. Als hierdoor bepaalde werkzaamheden niet meer plaats kunnen vinden dan valt het onder artikel 3.1.e van de Wmcz: ‘een belangrijke inkrimping van werkzaamheden’. Dan is het gewoon advies recht voor de cliëntenraad.

Door het ontslag van het personeel kan er ook iets wijzigen in de organisatie. Dat valt onder artikel 3.1.d.: ‘een belangrijke wijziging in de organisatie’ en is het ook gewoon advies.

Verder is het goed om te kijken of deze belangrijke wijziging gevolgen heeft voor cliënten. Het kan zijn dat door het ontslag van het personeel bepaalde activiteiten niet meer kunnen plaatsvinden. Bijvoorbeeld het zwemmen wordt afgelast of er is geen hulp meer bij het doen van de was. In die gevallen verandert er wat in een regeling voor cliënten. Dit is artikel 3.1.L en verzwaard advies.

________________________________________________________________________

6. Kan de raad advies geven over bezuinigingen op de ondersteuning van de raad?
Er wordt bezuinigd en een van de punten waarop bezuinigd wordt zijn de uren van de ondersteuner van de clientenraad. Mogen wij als raad hier advies over geven?

Antwoord
Een wijziging in ondersteuning, faciliteiten of budget van de cliëntenraad, valt onder het verzwaard adviesrecht. Het is een regeling zoals bedoeld in artikel 2, tweede lid Wmcz en dus verzwaard advies. In het advies is het belangrijk om goed te onderbouwen waarom jullie dat aantal uren ondersteuning nodig hebben.

Als het goed is staan de afspraken die gemaakt zijn over ondersteuning, faciliteiten of budget in het instellingsbesluit. Het kan ook zijn dat deze zijn opgenomen in een aparte regeling. Het LSR heeft een handreiking budgetregeling cliëntenraden geschreven. Hierin staat ook een voorbeeld budgetregeling opgenomen. De handreiking en een versie in eenvoudige taal is te bestellen via de webwinkel of het secretariaat van het LSR.

________________________________________________________________________

Achtergrondinformatie
Zorg verandert
Helpt cliënten de weg te vinden bij alle veranderingen. Zorg Verandert is een vierjarig (verander)programma, gesubsidieerd door het ministerie van VWS. Het programma wordt uitgevoerd via een samenwerkingsverband van cliëntenorganisaties waaronder het LSR.

Hoe verandert mijn zorg
Informatiewebsite voor cliënten van ministerie van VWS. De website is in eenvoudige taal geschreven. Deze website gaat over de veranderingen in de zorg. Daarbij zijn soms moeilijke woorden nodig. Daarom heeft de website een woordenlijst.

Hervorming langdurige zorg
Algemene informatie over Wmo en Langdurige zorg ministerie van VWS en informatie van betrokken branche-, beroeps- en cliëntenorganisaties. Doel van de website is om partijen te ondersteunen tijdens de transitie van het stelsel en de samenwerking ten behoeve van de continuïteit van zorg voor cliënten te versterken.

Aandacht voor iedereen
Het programma Aandacht voor iedereen versterkt Wmo-raden en lokale en regionale belangenorganisaties, cliëntenraden AWBZ en Wwb-cliëntenraden door informatie en advies van de landelijke patiënten-, gehandicapten- en ouderenorganisaties en de koepel van Wmo-raden.

Delen op social media

About Author