Het LSR zet zich in voor de medezeggenschap en zeggenschap van cliënten en voor de kwaliteit van de zorg. Het LSR wil de deelname van cliënten aan de samenleving helpen bevorderen en bijdragen aan de emancipatie van cliënten. Het doel van het LSR is om mensen met een beperking en mensen die gebruik maken van hulp-, zorg- en/of dienstverlenende organisaties, zeggenschap te geven over aspecten van hun leven. Het gaat daarbij om zorg en ondersteuning, wonen, vrije tijd, werk en andere vormen van dagbesteding. En om de kwaliteit van zorg, poliklinische en klinische behandeling, wonen en welzijn te verbeteren.

Het LSR is opgericht om voor gebruikers van zorg en ondersteuning kansen te creëren om zich te kunnen uiten en te kunnen participeren. De eigen mogelijkheden en het recht op zorg van cliënten staan daarbij voorop. Het LSR richt zich zowel op collectieve medezeggenschap (cliëntenraden) als op individuele zeggenschap van cliënten, patiënten en mensen met een beperking.

De stem van de mens in zorg en ondersteuning

Medezeggenschap en zeggenschap vullen elkaar aan en veronderstellen elkaar. (Zorg)aanbieders en de mensen in de directe omgeving van cliënten zijn, vanuit hun eigen verantwoordelijkheid, een belangrijke schakel in het versterken van zeggenschap en medezeggenschap, waarbij de samenhang tussen beiden het vertrekpunt is.

(Zorg)aanbieders en de directe omgeving van cliënten en mensen met een beperking zijn, vanuit hun eigen verantwoordelijkheid, een belangrijke schakel in het versterken van zeggenschap en medezeggenschap. Het LSR beoogt de kwaliteit van zorg, poliklinische en klinische behandeling, wonen en welzijn en ondersteuning te verbeteren. Het uiteindelijke doel is een zo optimaal mogelijk mensgerichte kwaliteit van leven van mensen met een beperking en mensen die zorg en ondersteuning behoeven.

We leven in een steeds meer individualiserende samenleving. Deze maatschappelijke ontwikkeling veroorzaakt een spanning tussen de wens tot verbetering van individuele inspraak in de eigen ondersteuning, begeleiding en zorg aan de ene kant, en aan de andere kant de waarde van solidariteit en collectieve belangenbehartiging.

Zeggenschap

Voor mensen die ziek zijn, kwetsbaar zijn of een beperking hebben, kan het lastig zijn om hun stem te laten horen. Daarnaast zijn gebruikers van zorg en ondersteuning niet altijd gewend om mee te praten en hun te mening te geven, men vindt het moeilijk of weet niet hoe dat te doen. Cliënten die al langer gebruik maken van zorg hebben vaak geleerd de verantwoordelijkheid uit handen te geven. Het zorgsysteem verschaft hen kansen maar plaatst hen ook in een afhankelijkheidsrelatie. Er ontstaat een spanningsveld tussen de leef- en belevingswereld van de cliënt en de systeemwereld van de zorg of ondersteuningsorganisatie. Afhankelijk van de aard van de beperking of ziekte praten cliënten al gauw niet meer mee.

Ieder mens heeft eigen mogelijkheden om zich te ontwikkelen, meestal kan hij dat niet zonder anderen. Voor cliënten geldt dat in sterke mate. In de afhankelijkheid die zij in het bijzonder ervaren als ze zorg en ondersteuning ontvangen, is het van groot belang dat zij ook zeggenschap en regie over hun eigen leven kunnen hebben. Hun ontwikkeling hangt daar mede van af. Het LSR wil eraan bijdragen dat ieder individu in samenwerking met zijn omgeving competenties kan ontwikkelingen en zich kan ontplooien en wil de samenleving hiervan bewust van maken.

Ieder mens communiceert. Iedereen heeft de mogelijkheid in zich om ervaringen, wensen en behoeftes te uiten. Dat hoeft niet met woorden te zijn. Iedereen ‘praat’ op zijn of haar eigen manier. Het is niet de vraag of ieder mens kan meepraten, maar hoe je ervoor zorgt dat ieder mens gehoord wordt in wat hij of zij tot expressie wil brengen. Het is de verantwoordelijkheid van de omgeving om zich daarbij tot het uiterste in te spannen. Cliënten kijken vanuit hun eigen positie naar de zorg. Hun inbreng is onontbeerlijk voor organisaties die de kwaliteit van zorg en ondersteuning willen verbeteren.

Collectieve medezeggenschap

De toenemende individualisering tekent zich ook af in discussies over collectieve medezeggenschap. Wettelijke verankering van medezeggenschap is niet overal en voor iedereen vanzelfsprekend. Zorgaanbieders houden al rekening met cliënten als kritische consumenten en gebruiken middelen, zoals panelgesprekken en enquêtes, ervaringsonderzoeken en kwaliteitstoetsingen om de stem van de cliënten door te laten klinken. Het LSR vindt dat deze op de meningen van individuele cliënten gerichte vormen aanvullend zijn op de medezeggenschap in een cliëntenraad of in een andere vorm van collectief overleg. Opkomen voor het gemeenschappelijk belang van cliënten is echter meer dan enkel een optelling van alle individuele wensen en verlangens.

Een mens is een sociaal wezen. Door zich als deel van een groep op te vatten en collectief de situatie te beoordelen nemen mensen deel aan de samenleving en zijn zij als burger politiek verantwoordelijk voor en solidair met elkaar. Collectieve medezeggenschap is daarom juist in een tijd van toenemende individualisering van belang. Het brengt de verschillende geluiden vanuit de vraagzijde – de cliënt – samen en vertaalt de wensen en behoeften van groepen zorgvragers in beleid.

Het organiseren van collectieve inspraak in de vorm van cliëntenmedezeggenschap is een belangrijk leer- en ontwikkelingsproces voor organisaties, professionals en cliënten en hun omgeving. In een cliëntenraad kunnen cliënten ideeën en ervaringen uitwisselen en elkaar versterken. Men kan elkaar inspireren, stimuleren om onderwerpen van meer kanten te belichten en zo leren de persoonlijke situatie te overstijgen. Men leert van elkaar om in dialoog met alle betrokkenen de kwaliteit van ondersteuning en zorg te verbeteren en zo de stem van de individuele cliënt waarde en betekenis te geven.

Daarnaast vermindert collectieve medezeggenschap de kwetsbaarheid van het individu en stimuleert het de onderlinge verbondenheid. Door medezeggenschap is ook inspraak gewaarborgd over onderwerpen die alleen collectief op een zinvolle manier besproken kunnen worden, zoals het aannamebeleid van een zorginstelling. Voor de zorginstelling of zorgverzekeraar betekent het dat er één groep cliënten is die representatief is, een volwaardige gesprekspartner. En omdat er één collectief orgaan is, de cliëntenraad, kunnen op ieder moment organisatie en cliënten met elkaar in contact treden.

Collectieve medezeggenschap stimuleert tenslotte ook het individuele proces van zeggenschap. Cliënten leren niet alleen hun eigen mogelijkheden te zien, maar ook die van anderen. Men kan leren samenwerken, ruimte bieden aan andere meningen, respect hebben voor mensen die afwijken van de norm, hen serieus nemen door te horen wat zij ervaren. Men leert de eigen persoonlijke ervaring te overstijgen in het uitwisselen van ervaringen met anderen.

In de langdurige zorg en in de curatieve zorg met verblijf is via de Wmcz medezeggenschap wettelijk geborgd. In welzijn (Wmo) en in de curatieve zorg zonder verblijf is er nog geen verplichting tot collectieve medezeggenschap. Het LSR is voor een wettelijke borging van collectieve medezeggenschap van cliënten, zoals ook het geval is voor andere vormen van medezeggenschap en toezicht. De cliëntenraden van Wmo-aanbieders zouden ook wettelijk moeten worden verankerd. Het verplichtende karakter draagt bij aan het bewustzijn van het belang van medezeggenschap. Tevens gaat er van wetgeving een normerende werking uit en die is van belang, omdat collectieve medezeggenschap nog geenszins een vanzelfsprekendheid is.

Het werk van het LSR

Inspraak en betrokkenheid van cliënten leiden tot beter bestuur en betere zorg en ondersteuning voor de cliënt. Tot betere kwaliteit van zorg. Cliëntenperspectief is het sleutelwoord dat zich ontwikkelt door de stem van de cliënten, zowel individueel en collectief, als uitgangspunt te nemen. Het is tenslotte de cliënt die de zorg ontvangt.

Een mening laten horen en voor jezelf en anderen opkomen vraagt het nodige van cliënten. Het gebruik maken van (zorg)voorzieningen en daar de weg opgaan naar (mede)zeggenschap vraagt van cliënten onder andere bewustwording van mogelijkheden en onmogelijkheden, leren in dialoog te gaan met de organisatie en met de medewerkers en leren verantwoordelijkheid te nemen. Van de (zorg)organisatie vraagt de weg naar (mede)zeggenschap dat zij ruimte schept voor de inbreng van cliënten. Dit is een leer- en ontwikkelingsproces voor zowel cliënten als voor (zorg)organisaties.

Het LSR wil aan dit proces een bijdrage leveren. De missie van het LSR is te stimuleren dat de stem van cliënten die gebruik maken van zorg en ondersteuning op individueel, collectief en landelijk niveau doorklinkt. Om daarmee de zeggenschap van cliënten te vergroten. Het LSR ondersteunt cliënten, cliëntenraden en ook zorginstellingen om het beste uit medezeggenschap te halen en zo bij te dragen aan het vergroten van zeggenschap van cliënten en het verbeteren van de kwaliteit van zorg en ondersteuning.

Het LSR stimuleert dat cliënten en cliëntenraden in staat worden gesteld om op basis van voldoende kennis en inzicht eigen keuzes te kunnen maken in relatie en in dialoog met hun omgeving. Deze processen versterken de deelname van mensen met een beperking aan het maatschappelijk leven.

Het LSR brengt het cliëntperspectief in bij partijen die betrokken zijn bij de zorg. Het LSR behartigt de collectieve belangen van cliënten, cliëntenraden en mensen met een beperking, door te signaleren en thema’s onder de aandacht te brengen van de overheid, de politiek, zorgverzekeraars, zorgaanbieders en de publieke opinie.

Werkgebieden

  1. Het versterken van individuele zeggenschap van cliënten door inzet van trainingen, kwaliteitstoetsingen en de cliëntvertrouwenspersoon.
  2. Het versterken van collectieve medezeggenschap door het ondersteunen van cliëntenraden en andere vormen van medezeggenschap.
  3. Het initiëren van verbeteringen in de kwaliteit van zorg en welzijn.
  4. Het vergroten van de landelijke inbreng vanuit cliënten en cliëntenraden door belangenbehartiging bij de landelijke overheid, beleidsmakers en onderzoeksinstanties.

10 werkprincipes

Het LSR organiseert en positioneert zich als een krachtige veldpartij, dichtbij de cliënt. Hij bouwt voort op zijn onderscheidend vermogen, waarbij ‘op maat’, ‘goed luisteren naar de klant’, ‘de cliënt echt ontmoeten’, ‘in gesprek gaan’, ‘flexibiliteit’, ‘laagdrempeligheid’, ‘persoonlijke benadering’, steekwoorden zijn. De volgende tien werkprincipes zijn daarbij leidend:

  1. Het LSR betrekt cliënten bij al zijn activiteiten vanuit het uitgangspunt dat het cliëntenperspectief altijd leidend is. De stem en het belang van de cliënt geven richting aan alle activiteiten van het LSR.
  2. Het LSR neemt de rol van cliënten niet over, maar versterkt deze juist, zodat cliënten de kans krijgen zelf hun rol beter te spelen.
  3. Bij elk product of elke dienst van het LSR zijn voor zover mogelijk evaluatieve momenten ingebouwd waarop cliënten hun mening kunnen geven over het product of de dienst.
  4. Het LSR stimuleert de inzet van ervaringsdeskundigen en ervaringskennis zoveel mogelijk, bijvoorbeeld bij interviews, bij bijeenkomsten en trainingen.
  5. Het uitgangspunt is dat zowel cliënten als (zorg)aanbieders gebaat zijn bij een goede werkrelatie met elkaar, waarin ieder een eigen rol heeft. Het LSR is niet gericht op strijd of polarisatie tussen de partijen, maar stimuleert de dialoog. Hij steunt cliënten of mensen met een beperking in het innemen van de eigen rol en het zoeken naar effectieve manieren van samenwerken.
  6. Het LSR heeft bij het ontwikkelen van producten en diensten bijzondere aandacht voor mensen die moeilijk(er) kunnen lezen of de taal begrijpen en stemt zijn communicatie- en informatiemiddelen hierop af.
  7. Omdat elke situatie anders is, is het uitgangspunt van het LSR steeds een aanpak op maat en een persoonlijke aanpak voor cliënten en organisaties.
  8. Het LSR richt zich bij de ontwikkeling van producten, diensten en activiteiten daar waar mogelijk niet alleen op het individu, maar ook op de omgeving (familie, medewerkers, management, de maatschappij etc.) en stimuleert dat ook zij kennis opdoen, vaardigheden aanleren en stimulansen krijgen.
  9. Het LSR stimuleert dat cliënten, cliëntenraden en mensen met een beperking in staat worden gesteld om op basis van voldoende kennis, inzicht en persoonlijke voorkeur, eigen vrijwillige keuzes te maken (te beslissen en te handelen). Toegankelijke en actuele informatie en zo nodig verwijzing zijn daartoe onmisbaar.
  10. Het LSR neemt een signalerende rol in ten opzichte van de omgeving van cliënten, zowel rechtstreeks vanuit de stem van cliënten als vanuit de professionele organisatie gericht op het versterken van de stem en de belangen van cliënten.
Delen op social media