Cliëntenraden stellen regelmatig vragen aan het LSR. Vaak zijn die ook voor andere cliëntenraden interessant.

Organisatie van de cliëntenraad

Als het vertrouwen van de cliëntenraad in deze persoon geschonden is kan de cliëntenraad het cliëntenraadslid schorsen. Voordat de raad hiertoe overgaat moet het cliëntenraadslid gelegenheid hebben gekregen om uitleg te geven en zich tegen de schorsing te verdedigen. Over het algemeen wordt een lid eerst
voor drie maanden geschorst. Na die drie maanden wordt besloten of het geschorste lid wordt ontslagen.

Zowel over het besluit tot schorsing als over het ontslag wordt in de raad gestemd. Deze stemming is schriftelijk en het besluit kan worden genomen als minimaal twee derde van de raadsleden voor het besluit stemt.

Als het goed is staan in het huishoudelijk reglement van de cliëntenraad bovenstaande stappen beschreven.Mocht dit niet zo zijn dan kunt u op het ledendeel van de website van het LSR het voorbeeld huishoudelijk
reglement downloaden. Hierin staat bij artikel 8 beschreven hoe de procedure in het reglement kan worden opgenomen.

Delen op social media

Dat mag. De VGN (Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland) raadt
organisaties aan om vrijwilligers een VOG te laten aanvragen. Want lid zijn van
een verwantenraad zou je ook vrijwilligerswerk kunnen noemen.

Als de manager dit wil invoeren, dan moet het worden opgenomen in het
instellingsbesluit. De raad heeft hier verzwaard adviesrecht over.
De raad kan aan de manager vragen wat de redenen zijn om een VOG te
laten aanvragen.

Uiteraard moeten de kosten voor de aanvraag van de VOG vergoed worden
door de instelling.

Delen op social media

Het is begrijpelijk dat een mentor zich betrokken voelt. Maar het werk van de
cliëntenraad staat los van het mentorschap voor een individuele cliënt.

Mentorschap is bedoeld voor mensen die hun persoonlijke zaken niet meer
zelf kunnen regelen. De mentor neemt beslissingen over de verzorging,
verpleging, behandeling of begeleiding van een cliënt. De cliënt blijft wel zelf
handelingsbekwaam.

De adviesvragen die in de cliëntenraad behandeld worden zijn bedoeld voor
alle cliënten van de instelling. Het gaat dus juist niet om persoonlijke zaken.

Een mentor heeft alleen met zijn of haar cliënt te maken en niet met de keuzes
van de instelling. En daarmee ook niet met de onderwerpen in de cliëntenraad.

Delen op social media

Als het goed is, is de geheimhouding al geregeld in de samenwerkingsovereenkomst. Daarin is bepaald dat de raad van bestuur geheimhouding kan opleggen.

De raad van bestuur moet de vraag om geheimhouding voorafgaand aan het bespreken van het geheim te houden onderwerp stellen. De cliëntenraad kan dan beslissen of hij de geheim te houden informatie wel wil ontvangen. Ook worden er dan afspraken gemaakt over de duur van die geheimhouding, over welke mondelinge of schriftelijke informatie het precies gaat en of er personen zijn waarvoor de geheimhouding niet geldt (bijvoorbeeld de personeelsfunctionaris).

Houdt een lid van de cliëntenraad zich vervolgens niet aan die afspraken dan kan dat voor de cliëntenraad een reden zijn om de betreffende persoon te ontslaan. De geheimhoudingsverklaring is dus overbodig omdat geheimhouding al in de samenwerkingsovereenkomst is geregeld en ontslag als lid van de cliëntenraad een afdoende sanctie is op schending van de geheimhoudingsplicht.

Is de geheimhouding niet in de samenwerkingsovereenkomst geregeld, dan adviseren we dit hierin op te nemen. Hiervoor kan de cliëntenraad een ongevraagd verzwaard advies indienen (artikel 3.1.L).

Delen op social media

In de Wmcz staat dat de zorgaanbieder schriftelijk ‘de wijze van benoeming’ regelt van de leden van de cliëntenraad (artikel 2, lid 2a). In uw instellingsbesluit moet beschreven staan welke rol de bestuurder heeft bij de besluitvorming over het lidmaatschap van de cliëntenraad.

Het kan zijn dat geregeld is dat de cliëntenraad zelf zijn leden benoemd. De bestuurder kan dan een adviesrecht, vetorecht of helemaal geen rol hebben. Het kan ook zijn dat de rollen omgekeerd zijn en dat de bestuurder de nieuwe leden benoemd. Vaak heeft de cliëntenraad dan een voordrachtsrecht, soms een adviesrecht of vetorecht.

In het voorbeeld instellingsbesluit van het LSR benoemd de cliëntenraad de nieuwe leden. Dit staat als volgt geformuleerd:

Artikel 4
1. De leden van de cliëntenraad worden benoemd door de cliëntenraad.
2. Besluiten tot benoeming van een lid van de cliëntenraad worden met twee derde meerderheid van stemmen genomen.
3. Besluiten tot benoeming van een cliëntenraadslid worden bekend gemaakt aan de achterban en aan de raad van bestuur.
4. In afwijking van lid 1 worden de leden van de eerste cliëntenraad benoemd door de raad van bestuur.

Als er verkiezingen worden gehouden wordt het lidmaatschap verkregen op grond van de verkiezingsuitslag en is er geen benoemingsbesluit nodig.

Delen op social media

Het is beter als de manager zelf komt. De manager is namelijk de
gesprekspartner van de raad. Hij of zij vraagt het advies aan de raad over
plannen die gaan over veranderingen in de instelling.

Hij moet ook aanwezig zijn bij de vergadering om vragen van de raad over het advies te beantwoorden. En hij moet erbij zijn als de raad met het antwoord op de adviesvraag komt.

Soms kan het zijn dat iemand anders de gesprekspartner van de raad is.
Het is dan wel belangrijk dat deze persoon beslissingen mag nemen. Anders
kan de clientenraad zijn werk niet goed doen.

Delen op social media

Als de regioraad die opgericht gaat worden sowieso een zetel heeft in de CCR is er op dit moment een vacature voor die zetel in de CCR. Deze vacature kan de komende verkiezingen nog niet officieel ingevuld worden omdat de regioraad er nog niet is. De persoon die in de CCR wil moet eerst in de regioraad gekozen worden. Dit is de officiële weg.

Eventueel kunt u ook werken met een ‘vertegenwoordiger’ van de op te richten regioraad in de CCR. Dat zou de kandidaat kunnen zijn die u bedoelt. Op het moment dat de regioraad opgericht is kunt u kijken wie uit die raad in de CCR gaat. De kans is dan aanwezig dat dat dezelfde persoon zal zijn. Zij is dan wel gelijk al ingewerkt.

Delen op social media

Het is niet verplicht mensen in de cliëntenraad te benoemen door verkiezingen. In het instellingsbesluit staat hoe cliënten in de cliëntenraad benoemd worden.

De cliëntenraad heeft verzwaard advies over hoe de benoeming gaat. Wat kunnen jullie nu nog doen? Spreek met de bestuurder af of er nog verkiezingen komen. En bespreek hoe jullie het verder regelen.

Delen op social media

Niet de ouders worden onder toezicht gesteld, maar het kind. De ouders houden bij een OTS het gezag over hun kind, maar dit is in die zin beperkt dat zij zich moeten laten begeleiden door de gezinsvoogd. Omdat de ouders het gezag behouden zijn zij wettelijk vertegenwoordiger van het kind. Als in het instellingsbesluit staat dat wettelijke vertegenwoordigers lid mogen worden van de cliëntenraad, voldoen ze daaraan. Als ouders het gezag is ontnomen zijn ze geen wettelijk vertegenwoordiger meer.

Tip:
Het is handig om voor de cliëntenraad een profiel op te stellen waaraan een lid moet voldoen. Hierbij moet u vanuit de wet rekening houden met de bepalingen dat de leden redelijkerwijs representatief moeten zijn voor de cliënten en redelijkerwijs in staat moeten worden geacht hun gemeenschappelijke belangen te behartigen. Verder kunt u zelf aangeven waaraan iemand moet voldoen om actief te zijn in de cliëntenraad.

Delen op social media

Een cliënt kan onder curatele worden gesteld als hij door de rechter handelingsonbekwaam is verklaard. Hij mag geen rechtshandelingen verrichten. Bijvoorbeeld het kopen van een huis of het sluiten van een behandelingsovereenkomst. Door de rechter wordt een curator aangewezen. De curator behartigt alle belangen van de cliënt. Een cliënt die handelingsonbekwaam is, is niet per se wilsonbekwaam. Hij kan meepraten over onderwerpen die voor hem belangrijk zijn en over onderwerpen die voor cliënten belangrijk zijn. Een cliënt die onder curatele staat kan dus lid worden van de cliëntenraad.

Dit geldt ook als een cliënt een mentor of een bewindvoerder heeft. Ook dan kan hij lid worden van de cliëntenraad.

Delen op social media

Het instellingsbesluit kan niet eenzijdig door de raad aangepast worden. Het instellingsbesluit is opgesteld door de zorginstelling bij de oprichting van de cliëntenraad. In het instellingsbesluit staan de afspraken die bij de oprichting genomen zijn zoals: uit hoeveel leden de cliëntenraad bestaat, hoe de cliëntenraad is samengesteld, hoe de leden worden benoemd, op welke manier de cliëntenraadsleden worden geselecteerd, wanneer een lidmaatschap eindigt en welke voorzieningen de cliëntenraad tot zijn beschikking krijgt.

De cliëntenraad kan wel voorstellen de zittingstermijnen te wijzigen door een ongevraagd verzwaard advies procedure te starten. Een wijziging van het instellingsbesluit is verzwaard adviesgeldig (artikel 3.1.L van de Wmcz). Als de cliëntenraad ongevraagd advies geeft over een onderwerp waarvoor het verzwaard adviesrecht geldt, is dezelfde procedure als bij gevraagd advies van toepassing.

Als de zorgaanbieder niet het advies van de cliëntenraad wil overnemen dan moet hij dit voorleggen aan de Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden (LCvV). De LCvV stelt dan vast of de zorgaanbieder niet aan het advies van de cliëntenraad gehoor hoeft te geven. Overigens staat in het instellingbesluit ook opgenomen of de organisatie een eigen commissie van vertrouwenslieden heeft of gebruik maakt van de Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden.

Delen op social media

De Wmcz zegt niets over de leeftijd waarop mensen deel kunnen nemen aan de cliëntenraad. De Wmzc zegt dat de cliëntenraad representatief moet zijn voor de cliënten. Hieruit volgt dat het logisch is dat in een voorziening voor jongeren ook jongeren zitting hebben in een cliëntenraad, immers zij representeren de cliënten. Vanaf 12 jaar mag u aannemen dat jongeren dit kunnen.

Delen op social media

Een cliëntenraad is volgens de medezeggenschapsparagraaf uit de Jeugdwet verplicht wanneer er meer dan tien ‘jeugdhulpverleners’ werkzaam zijn. Valt de ggz-jeugdafdeling van het ziekenhuis onder deze drempel, dan is de medezeggenschapsparagraaf niet van toepassing en hoeft er geen cliëntenraad te worden ingesteld voor deze patiënten.

Is het aantal jeugdhulpverleners hoger dan tien, dan moet een cliëntenraad worden ingesteld. Dit is dan een lokale raad van het ziekenhuis. De regels over medezeggenschap uit de Wmcz en uit de Jeugdwet zijn bijna identiek. Als er een cliëntenraad wordt ingesteld is het handig om te bepalen welke onderwerpen bij deze raad worden gelegd en welke onderwerpen bij de cliëntenraad van de rest van het ziekenhuis.

Delen op social media

Een onafhankelijk voorzitter van de cliëntenraad is geen lid van de raad. Hij of zij is puur voor het proces tijdens de vergadering en voor de praktische voorbereiding en uitwerking van de vergadering. Hij stemt ook niet mee en geeft niet zijn mening over het onderwerp wat besproken wordt.

De onafhankelijk voorzitter kan als woordvoerder van de cliëntenraad optreden. Er moeten dan wel duidelijke afspraken zijn gemaakt. Het is van belang dat de onafhankelijk voorzitter helder heeft wat de standpunten van de raad zijn omtrent het onderwerp. Bijvoorbeeld als er een praatje gegeven moet worden over de raad of als de voorzitter met de bestuurder spreekt over een gegeven advies. Het kan voorkomen dat er op zulke momenten inhoudelijke vragen worden gesteld die niet duidelijk besproken zijn in de cliëntenraad en waarop de onafhankelijk voorzitter geen antwoord kan en mag geven, omdat hij de mening van de cliëntenraad niet weet.

Als de raad toch graag de onafhankelijk voorzitter als woordvoerder wil, bijvoorbeeld omdat deze wel heel goed is in het verwoorden van zaken, kan de onafhankelijk voorzitter wellicht samen met een raadslid het gesprek aangaan.

Het is handig om de rol van de onafhankelijk voorzitter en de gemaakte afspraken vast te leggen in het huishoudelijk reglement van de cliëntenraad, zodat deze voor iedereen duidelijk zijn.

Delen op social media

Als twee cliëntenraden worden samengevoegd tot één nieuwe cliëntenraad zijn er twee mogelijkheden voor het omgaan met de zittingstermijnen van de leden.

Er is een nieuwe zittingsduur maar de oude zittingstermijnen van alle leden tellen mee. De leden gaan uit de cliëntenraad nadat ze de (nieuwe) totale tijd in de raad hebben gezeten.
De gehele raad begint opnieuw met nieuwe zittingstermijnen.
In het nieuwe instellingsbesluit wordt zowel de nieuwe zittingsduur als de overgangsregel opgenomen. Voorbeeldtekst overgangsregel: ‘Bij de bepaling van de maximale zittingsperiode telt de periode waarin een lid zitting heeft gehad in een andere cliëntenraad die door de zorgaanbieder of een rechtsvoorganger van de zorgaanbieder is ingesteld mee/niet mee (maak een keuze).

Delen op social media

Het is waardevol om startende leden van de cliëntenraad een proeftijd ofwel het aspirant-lidmaatschap te bieden. Deze periode, zo’n drie tot zes maanden, kan door het startende lid worden gebruikt om zicht te krijgen op het werk van de cliëntenraad en wat er van een cliëntenraadslid wordt verwacht. Na de proefperiode besluit het aspirant-lid of hij definitief lid wordt. Vanaf het moment dat het definitieve lidmaatschap ingaat telt dan de in het instellingsbesluit afgesproken zittingstermijn.

Volgens de wet is het toegestaan nieuwe leden eerst een half jaar aspirant-lid te laten zijn. De zorgaanbieder regelt in het instellingsbesluit de zittingsduur van de cliëntenraadsleden. In het instellingsbesluit kan ook een periode aspirant-lidmaatschap geregeld worden. Staat dit er (nog) niet in, dan kan de cliëntenraad ongevraagd adviseren dit aan te passen in het instellingsbesluit. Voor een dergelijke aanpassing telt een verzwaard advies aan de zorgaanbieder.

Let op! Het aspirant-lid is nog geen definitief lid. Wanneer de cliëntenraad besluiten neemt door middel van stemming, stemt het aspirant-lid niet mee. Leden stemmen mee vanaf het moment dat zij definitief lid zijn.

Delen op social media

Bij het samenvoegen van twee cliëntenraden is het goed om duidelijke afspraken te maken en deze afspraken ook schriftelijk vast te leggen. De samenwerkingsovereenkomst en het huishoudelijk reglement van de nieuwe raad moeten gemaakt worden. Ook moeten beide achterbannen geïnformeerd worden over het samengaan van de raden en waar ze nu terecht kunnen met vragen of opmerkingen.

Voor de samenstelling van de raad is het belangrijk dat de verdeling van het aantal cliënten uit beide locaties gelijk is. Anders kan de ene locatie een grotere stem krijgen in de raad dan de andere locatie.

Verder is het goed om naar de onderwerpen te kijken die besproken worden. Deze onderwerpen moeten voor beide locaties gelden om ervoor te zorgen dat u praat over de veranderingen die in uw eigen locatie plaats vinden. Locatiespecifieke zaken kunnen beter apart besproken worden.

De gesprekspartner (bestuurder) moet gemachtigd zijn om beslissingen te nemen over beide locaties zodat beslissingen genomen kunnen worden zonder dat het nog voorgelegd moet worden aan een ander.

Een laatste tip is om na 1 jaar te evalueren of het samengaan van beide raden goed werkt en of het bevalt.

Delen op social media

Er is niet een vast bedrag te noemen hoe hoog het budget van de cliëntenraad moet zijn. Dit is namelijk afhankelijk van welke kosten een cliëntenraad maakt. Het is van belang dat een raad voldoende geld krijgt om zijn werkzaamheden te doen.

Bij het opstellen en berekenen van het budget zijn een aantal onderdelen waar u aan kunt denken.

Zo zijn er de kosten voor reguliere werkzaamheden zoals reis- en verblijfkosten, kosten voor informatievoorziening, kosten voor communicatie met de achterban, kosten voor pr en kosten voor het lidmaatschap van landelijk organisatie cliëntenraden.

En er zijn de overige kosten zoals structurele ondersteuning, kosten van scholing, inwinnen van adviezen en, zonodig, kosten voor geschillen.

Als u meer wilt lezen hierover heeft het LSR een handreiking budgetregeling cliëntenraden te koop (ook in pictoversie). Het is te bestellen via de webwinkel op de site van het LSR of via de helpdesk: helpdesk@hetlsr.nl, telefoonnummer: 030 – 299 00 04.

Delen op social media

De bestuurder bepaalt de zittingstermijn van leden van de cliëntenraad en legt dit vast in het instellingsbesluit. De cliëntenraad heeft er verzwaard adviesrecht over. Dat staat in artikel 2.2.a van de Wmcz. De wet zegt niets over het aantal jaren.

Meestal is het een zittingstermijn van 3 of 4 jaar. Vaak kan je dan nog één keer benoemd worden voor een zelfde termijn. Dus 6 tot 8 jaar in totaal. Hoe dat precies bij jullie raad is geregeld, staat in het instellingsbesluit van jullie organisatie.

Delen op social media

In de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) staat niet dat de vergaderingen van de cliëntenraad openbaar zijn. Maar contact met de achterban is belangrijk voor de cliëntenraad en daarom is het logisch om de vergaderingen in principe open te stellen voor de achterban om bij te wonen. Structureel bijwonen is echter ongebruikelijk. De cliëntenraad kan daar voorwaarden aan stellen en deze vastleggen in het huishoudelijk reglement.

Voorbeelden van deze voorwaarden kunnen zijn: • Vooraf aanmelden bij de voorzitter van de cliëntenraad. • Een maximaal aantal keer per jaar vaststellen waarop de vergadering bijgewoond kan worden. Eventueel met instemming van de cliëntenraad vaker. • De vergadering bijwonen wanneer er een onderwerp wordt besproken dat een bepaalde groep cliënten direct aangaat. De bezoekers kan eventueel spreekrecht worden verleend, stemrecht hebben zij echter niet.

Delen op social media

Het LSR heeft profielen opgesteld voor zowel een lid van de cliëntenraad als van een voorzitter van de cliëntenraad. Bij het lid van de cliëntenraad staat aangegeven wat van de cliëntenraadsleden verwacht wordt, bijvoorbeeld het aantal uur tijdsinvestering en kennis van de gezondheidszorg. Ook de vaardigheden waarover een lid moet beschikken staan hierin beschreven.

De voorzitter heeft een uitgebreider takenpakket en verantwoordelijkheden. Wat betreft de vaardigheden komen die overeen met het cliëntenraadslid maar komen er nog een aantal specifieke bij. Voorbeelden hiervan zijn: kunnen enthousiasmeren, prioriteiten stellen en delegeren.

De profielen kunt u aanpassen aan de wensen van uw cliëntenraad. Beide profielen staan bij het voorbeeldmateriaal op het ledendeel van deze website.

Delen op social media

De cliëntenraad is geen rechtspersoon (stichting, vereniging of bedrijf) en kan niet als zodanig ingeschreven worden bij de Kamer van Koophandel. Wel is het mogelijk om een zakelijke rekening te openen (na overleg met de instelling) op het Kamer van Koophandel nummer van de zorginstelling. De rekening wordt dan ‘ten name van de cliëntenraad’.

De cliëntenraad kan ook een particuliere rekening openen maar daaraan zitten veel nadelen. Zo is een particuliere rekening gekoppeld aan de persoon die de rekening opent en dus ook aan zijn of haar sofinummer.
Dit kan een probleem zijn voor de belastingaangifte omdat het geld op de rekening van de cliëntenraad bij het vermogen van degene op wiens naam de rekening staat wordt opgeteld. Ook is het zo dat als deze persoon geen cliëntenraadslid meer is, de rekening op een andere naam gezet moet worden. Dit is veel administratief werk.

De kosten van een zakelijke rekening zijn wel hoger dan die van een particuliere rekening. De kosten voor een zakelijke rekening zijn ongeveer €100,- per jaar. Daarbij komt dat elke af- of bijschrijving ongeveer € 0,10 kost.

Delen op social media

In de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) artikel 3.2 staat: ‘Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit’. Er staat dus geen termijn genoemd. Hoeveel tijd nodig is om antwoord te geven op een adviesvraag hangt van een aantal zaken af.

Bijvoorbeeld:
• Hoe compleet is de adviesvraag? Hoeveel aanvullende informatie is er nodig? Zijn er nog vragen?
• Hoe is de planning van de raad? Wanneer is de volgende overlegvergadering met de bestuurder?
• Hoeveel voorinformatie heeft de raad al ontvangen? Is er al eerder over gesproken?
• Is het een spoedeisende adviesvraag?

Bepaal daarom, in overleg met de bestuurder, per onderwerp wat een redelijke termijn is voor het reageren op de adviesvraag. Vaak wordt als redelijke termijn zes weken aangehouden. Als er vaste afspraken zijn over de termijnen leg deze dan vast in de samenwerkingsovereenkomst.

Delen op social media

Dat kan inderdaad. Als een zorgaanbieder niet onder de Wmcz valt kan de zorgaanbieder besluiten een cliëntenraad in te stellen en aan die cliëntenraad alle bevoegdheden van de Wmcz toekennen. Net zoals een zorgaanbieder nu ook extra bevoegdheden kan toekennen aan de cliëntenraad.

Spreek schriftelijk met elkaar af dat de cliëntenraad alle bevoegdheden heeft volgens de Wmcz. De adviesprocedures zijn dan rechtsgeldig.

Delen op social media

In de Wmcz staat bij artikel 2.2.b dat de zorgaanbieder een regeling moet opstellen over: ‘de materiële middelen waarover de cliëntenraad ten behoeve van zijn werkzaamheden kan beschikken’. Deze regeling moet zo zijn dat dat de cliëntenraad op basis daarvan redelijkerwijs in staat moet zijn om zijn taak uit te voeren (artikel 2.3).

Het vaststellen en wijzigen van deze regeling valt onder het verzwaard adviesrecht volgens Wmcz artikel 3.1.l. Dit betekent dat de zorgaanbieder geen besluit mag nemen als de cliëntenraad daarover negatief heeft geadviseerd, tenzij de (Landelijke) Commissie van Vertrouwenslieden (LCvV) heeft geoordeeld dat hij het besluit in redelijkheid wel kan nemen (artikel 4.2 Wmcz). Bij de beoordeling van een dergelijk besluit kijkt de commissie of deze voldoet aan het wettelijke criterium van artikel 2.3 van de Wmcz.

In het verleden heeft de Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden (LCvV) een uitspraak gedaan bij een vraag van een cliëntenraad over de hoogte van het budget. De LCvV keek toen vooral naar de onderbouwing van de cliëntenraad voor het gevraagde bedrag en naar de onderbouwing van de zorgaanbieder
waarom hij het bedrag te hoog vond.

Delen op social media

Er zijn drie reglementen die te maken hebben met het werk van de cliëntenraad namelijk het instellingsbesluit, de samenwerkingsovereenkomst en het huishoudelijk reglement.

Het instellingsbesluit
Voor de oprichting van een cliëntenraad stelt de Raad van Bestuur een instellingsbesluit op. In het instellingsbesluit staan de besluiten die genomen zijn over de oprichting van de cliëntenraad. De volgende besluiten staan er in ieder geval in:

uit hoeveel leden bestaat de cliëntenraad bestaat
hoe is de cliëntenraad is samengesteld
hoe worden de leden benoemd
op welke manier worden de cliëntenraadsleden geselecteerd
wanneer eindigt een lidmaatschap
welke voorzieningen krijgt de cliëntenraad tot zijn beschikking
De samenwerkingsovereenkomst

Een samenwerkingsovereenkomst is niet wettelijk verplicht, maar wel van groot belang voor de medezeggenschap. Een samenwerkingsovereenkomst vormt een duidelijke, formele basis voor de samenwerking tussen de cliëntenraad en de Raad van Bestuur en wordt in onderling overleg opgesteld.

Het huishoudelijk reglement
In de Wmcz staat dat de cliëntenraad schriftelijk zijn werkwijze en zijn vertegenwoordiging in en buiten rechte moet regelen. Dat kan in een huishoudelijk reglement. In het reglement staat onder andere hoe de werkwijze van de cliëntenraad eruit ziet en wie de cliëntenraad vertegenwoordigt bij het tekenen van bijvoorbeeld contracten. Het reglement is van de cliëntenraad zelf. De Raad van Bestuur ontvangt het huishoudelijk reglement ter inzage, maar heeft er geen zeggenschap over.

Het LSR heeft voorbeelden van bovengenoemde reglementen. Deze reglementen kunt u aanpassen aan uw eigen situatie. U vindt de voorbeelden bij de voorbeeldmaterialen op het ledendeel van deze website.

Het LSR kan u ondersteunen bij het opstellen van de reglementen.

Delen op social media

Load More

Cliëntenraad aan het werk

Als het vertrouwen van de cliëntenraad in deze persoon geschonden is kan de cliëntenraad het cliëntenraadslid schorsen. Voordat de raad hiertoe overgaat moet het cliëntenraadslid gelegenheid hebben gekregen om uitleg te geven en zich tegen de schorsing te verdedigen. Over het algemeen wordt een lid eerst
voor drie maanden geschorst. Na die drie maanden wordt besloten of het geschorste lid wordt ontslagen.

Zowel over het besluit tot schorsing als over het ontslag wordt in de raad gestemd. Deze stemming is schriftelijk en het besluit kan worden genomen als minimaal twee derde van de raadsleden voor het besluit stemt.

Als het goed is staan in het huishoudelijk reglement van de cliëntenraad bovenstaande stappen beschreven.Mocht dit niet zo zijn dan kunt u op het ledendeel van de website van het LSR het voorbeeld huishoudelijk
reglement downloaden. Hierin staat bij artikel 8 beschreven hoe de procedure in het reglement kan worden opgenomen.

Delen op social media

Dat mag. De VGN (Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland) raadt
organisaties aan om vrijwilligers een VOG te laten aanvragen. Want lid zijn van
een verwantenraad zou je ook vrijwilligerswerk kunnen noemen.

Als de manager dit wil invoeren, dan moet het worden opgenomen in het
instellingsbesluit. De raad heeft hier verzwaard adviesrecht over.
De raad kan aan de manager vragen wat de redenen zijn om een VOG te
laten aanvragen.

Uiteraard moeten de kosten voor de aanvraag van de VOG vergoed worden
door de instelling.

Delen op social media

Het is begrijpelijk dat een mentor zich betrokken voelt. Maar het werk van de
cliëntenraad staat los van het mentorschap voor een individuele cliënt.

Mentorschap is bedoeld voor mensen die hun persoonlijke zaken niet meer
zelf kunnen regelen. De mentor neemt beslissingen over de verzorging,
verpleging, behandeling of begeleiding van een cliënt. De cliënt blijft wel zelf
handelingsbekwaam.

De adviesvragen die in de cliëntenraad behandeld worden zijn bedoeld voor
alle cliënten van de instelling. Het gaat dus juist niet om persoonlijke zaken.

Een mentor heeft alleen met zijn of haar cliënt te maken en niet met de keuzes
van de instelling. En daarmee ook niet met de onderwerpen in de cliëntenraad.

Delen op social media

Als het goed is, is de geheimhouding al geregeld in de samenwerkingsovereenkomst. Daarin is bepaald dat de raad van bestuur geheimhouding kan opleggen.

De raad van bestuur moet de vraag om geheimhouding voorafgaand aan het bespreken van het geheim te houden onderwerp stellen. De cliëntenraad kan dan beslissen of hij de geheim te houden informatie wel wil ontvangen. Ook worden er dan afspraken gemaakt over de duur van die geheimhouding, over welke mondelinge of schriftelijke informatie het precies gaat en of er personen zijn waarvoor de geheimhouding niet geldt (bijvoorbeeld de personeelsfunctionaris).

Houdt een lid van de cliëntenraad zich vervolgens niet aan die afspraken dan kan dat voor de cliëntenraad een reden zijn om de betreffende persoon te ontslaan. De geheimhoudingsverklaring is dus overbodig omdat geheimhouding al in de samenwerkingsovereenkomst is geregeld en ontslag als lid van de cliëntenraad een afdoende sanctie is op schending van de geheimhoudingsplicht.

Is de geheimhouding niet in de samenwerkingsovereenkomst geregeld, dan adviseren we dit hierin op te nemen. Hiervoor kan de cliëntenraad een ongevraagd verzwaard advies indienen (artikel 3.1.L).

Delen op social media

In de Wmcz staat dat de zorgaanbieder schriftelijk ‘de wijze van benoeming’ regelt van de leden van de cliëntenraad (artikel 2, lid 2a). In uw instellingsbesluit moet beschreven staan welke rol de bestuurder heeft bij de besluitvorming over het lidmaatschap van de cliëntenraad.

Het kan zijn dat geregeld is dat de cliëntenraad zelf zijn leden benoemd. De bestuurder kan dan een adviesrecht, vetorecht of helemaal geen rol hebben. Het kan ook zijn dat de rollen omgekeerd zijn en dat de bestuurder de nieuwe leden benoemd. Vaak heeft de cliëntenraad dan een voordrachtsrecht, soms een adviesrecht of vetorecht.

In het voorbeeld instellingsbesluit van het LSR benoemd de cliëntenraad de nieuwe leden. Dit staat als volgt geformuleerd:

Artikel 4
1. De leden van de cliëntenraad worden benoemd door de cliëntenraad.
2. Besluiten tot benoeming van een lid van de cliëntenraad worden met twee derde meerderheid van stemmen genomen.
3. Besluiten tot benoeming van een cliëntenraadslid worden bekend gemaakt aan de achterban en aan de raad van bestuur.
4. In afwijking van lid 1 worden de leden van de eerste cliëntenraad benoemd door de raad van bestuur.

Als er verkiezingen worden gehouden wordt het lidmaatschap verkregen op grond van de verkiezingsuitslag en is er geen benoemingsbesluit nodig.

Delen op social media

Het is beter als de manager zelf komt. De manager is namelijk de
gesprekspartner van de raad. Hij of zij vraagt het advies aan de raad over
plannen die gaan over veranderingen in de instelling.

Hij moet ook aanwezig zijn bij de vergadering om vragen van de raad over het advies te beantwoorden. En hij moet erbij zijn als de raad met het antwoord op de adviesvraag komt.

Soms kan het zijn dat iemand anders de gesprekspartner van de raad is.
Het is dan wel belangrijk dat deze persoon beslissingen mag nemen. Anders
kan de clientenraad zijn werk niet goed doen.

Delen op social media

Als de regioraad die opgericht gaat worden sowieso een zetel heeft in de CCR is er op dit moment een vacature voor die zetel in de CCR. Deze vacature kan de komende verkiezingen nog niet officieel ingevuld worden omdat de regioraad er nog niet is. De persoon die in de CCR wil moet eerst in de regioraad gekozen worden. Dit is de officiële weg.

Eventueel kunt u ook werken met een ‘vertegenwoordiger’ van de op te richten regioraad in de CCR. Dat zou de kandidaat kunnen zijn die u bedoelt. Op het moment dat de regioraad opgericht is kunt u kijken wie uit die raad in de CCR gaat. De kans is dan aanwezig dat dat dezelfde persoon zal zijn. Zij is dan wel gelijk al ingewerkt.

Delen op social media

Het is niet verplicht mensen in de cliëntenraad te benoemen door verkiezingen. In het instellingsbesluit staat hoe cliënten in de cliëntenraad benoemd worden.

De cliëntenraad heeft verzwaard advies over hoe de benoeming gaat. Wat kunnen jullie nu nog doen? Spreek met de bestuurder af of er nog verkiezingen komen. En bespreek hoe jullie het verder regelen.

Delen op social media

Niet de ouders worden onder toezicht gesteld, maar het kind. De ouders houden bij een OTS het gezag over hun kind, maar dit is in die zin beperkt dat zij zich moeten laten begeleiden door de gezinsvoogd. Omdat de ouders het gezag behouden zijn zij wettelijk vertegenwoordiger van het kind. Als in het instellingsbesluit staat dat wettelijke vertegenwoordigers lid mogen worden van de cliëntenraad, voldoen ze daaraan. Als ouders het gezag is ontnomen zijn ze geen wettelijk vertegenwoordiger meer.

Tip:
Het is handig om voor de cliëntenraad een profiel op te stellen waaraan een lid moet voldoen. Hierbij moet u vanuit de wet rekening houden met de bepalingen dat de leden redelijkerwijs representatief moeten zijn voor de cliënten en redelijkerwijs in staat moeten worden geacht hun gemeenschappelijke belangen te behartigen. Verder kunt u zelf aangeven waaraan iemand moet voldoen om actief te zijn in de cliëntenraad.

Delen op social media

Een cliënt kan onder curatele worden gesteld als hij door de rechter handelingsonbekwaam is verklaard. Hij mag geen rechtshandelingen verrichten. Bijvoorbeeld het kopen van een huis of het sluiten van een behandelingsovereenkomst. Door de rechter wordt een curator aangewezen. De curator behartigt alle belangen van de cliënt. Een cliënt die handelingsonbekwaam is, is niet per se wilsonbekwaam. Hij kan meepraten over onderwerpen die voor hem belangrijk zijn en over onderwerpen die voor cliënten belangrijk zijn. Een cliënt die onder curatele staat kan dus lid worden van de cliëntenraad.

Dit geldt ook als een cliënt een mentor of een bewindvoerder heeft. Ook dan kan hij lid worden van de cliëntenraad.

Delen op social media

Het instellingsbesluit kan niet eenzijdig door de raad aangepast worden. Het instellingsbesluit is opgesteld door de zorginstelling bij de oprichting van de cliëntenraad. In het instellingsbesluit staan de afspraken die bij de oprichting genomen zijn zoals: uit hoeveel leden de cliëntenraad bestaat, hoe de cliëntenraad is samengesteld, hoe de leden worden benoemd, op welke manier de cliëntenraadsleden worden geselecteerd, wanneer een lidmaatschap eindigt en welke voorzieningen de cliëntenraad tot zijn beschikking krijgt.

De cliëntenraad kan wel voorstellen de zittingstermijnen te wijzigen door een ongevraagd verzwaard advies procedure te starten. Een wijziging van het instellingsbesluit is verzwaard adviesgeldig (artikel 3.1.L van de Wmcz). Als de cliëntenraad ongevraagd advies geeft over een onderwerp waarvoor het verzwaard adviesrecht geldt, is dezelfde procedure als bij gevraagd advies van toepassing.

Als de zorgaanbieder niet het advies van de cliëntenraad wil overnemen dan moet hij dit voorleggen aan de Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden (LCvV). De LCvV stelt dan vast of de zorgaanbieder niet aan het advies van de cliëntenraad gehoor hoeft te geven. Overigens staat in het instellingbesluit ook opgenomen of de organisatie een eigen commissie van vertrouwenslieden heeft of gebruik maakt van de Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden.

Delen op social media

De Wmcz zegt niets over de leeftijd waarop mensen deel kunnen nemen aan de cliëntenraad. De Wmzc zegt dat de cliëntenraad representatief moet zijn voor de cliënten. Hieruit volgt dat het logisch is dat in een voorziening voor jongeren ook jongeren zitting hebben in een cliëntenraad, immers zij representeren de cliënten. Vanaf 12 jaar mag u aannemen dat jongeren dit kunnen.

Delen op social media

Een cliëntenraad is volgens de medezeggenschapsparagraaf uit de Jeugdwet verplicht wanneer er meer dan tien ‘jeugdhulpverleners’ werkzaam zijn. Valt de ggz-jeugdafdeling van het ziekenhuis onder deze drempel, dan is de medezeggenschapsparagraaf niet van toepassing en hoeft er geen cliëntenraad te worden ingesteld voor deze patiënten.

Is het aantal jeugdhulpverleners hoger dan tien, dan moet een cliëntenraad worden ingesteld. Dit is dan een lokale raad van het ziekenhuis. De regels over medezeggenschap uit de Wmcz en uit de Jeugdwet zijn bijna identiek. Als er een cliëntenraad wordt ingesteld is het handig om te bepalen welke onderwerpen bij deze raad worden gelegd en welke onderwerpen bij de cliëntenraad van de rest van het ziekenhuis.

Delen op social media

Een onafhankelijk voorzitter van de cliëntenraad is geen lid van de raad. Hij of zij is puur voor het proces tijdens de vergadering en voor de praktische voorbereiding en uitwerking van de vergadering. Hij stemt ook niet mee en geeft niet zijn mening over het onderwerp wat besproken wordt.

De onafhankelijk voorzitter kan als woordvoerder van de cliëntenraad optreden. Er moeten dan wel duidelijke afspraken zijn gemaakt. Het is van belang dat de onafhankelijk voorzitter helder heeft wat de standpunten van de raad zijn omtrent het onderwerp. Bijvoorbeeld als er een praatje gegeven moet worden over de raad of als de voorzitter met de bestuurder spreekt over een gegeven advies. Het kan voorkomen dat er op zulke momenten inhoudelijke vragen worden gesteld die niet duidelijk besproken zijn in de cliëntenraad en waarop de onafhankelijk voorzitter geen antwoord kan en mag geven, omdat hij de mening van de cliëntenraad niet weet.

Als de raad toch graag de onafhankelijk voorzitter als woordvoerder wil, bijvoorbeeld omdat deze wel heel goed is in het verwoorden van zaken, kan de onafhankelijk voorzitter wellicht samen met een raadslid het gesprek aangaan.

Het is handig om de rol van de onafhankelijk voorzitter en de gemaakte afspraken vast te leggen in het huishoudelijk reglement van de cliëntenraad, zodat deze voor iedereen duidelijk zijn.

Delen op social media

Als twee cliëntenraden worden samengevoegd tot één nieuwe cliëntenraad zijn er twee mogelijkheden voor het omgaan met de zittingstermijnen van de leden.

Er is een nieuwe zittingsduur maar de oude zittingstermijnen van alle leden tellen mee. De leden gaan uit de cliëntenraad nadat ze de (nieuwe) totale tijd in de raad hebben gezeten.
De gehele raad begint opnieuw met nieuwe zittingstermijnen.
In het nieuwe instellingsbesluit wordt zowel de nieuwe zittingsduur als de overgangsregel opgenomen. Voorbeeldtekst overgangsregel: ‘Bij de bepaling van de maximale zittingsperiode telt de periode waarin een lid zitting heeft gehad in een andere cliëntenraad die door de zorgaanbieder of een rechtsvoorganger van de zorgaanbieder is ingesteld mee/niet mee (maak een keuze).

Delen op social media

Het is waardevol om startende leden van de cliëntenraad een proeftijd ofwel het aspirant-lidmaatschap te bieden. Deze periode, zo’n drie tot zes maanden, kan door het startende lid worden gebruikt om zicht te krijgen op het werk van de cliëntenraad en wat er van een cliëntenraadslid wordt verwacht. Na de proefperiode besluit het aspirant-lid of hij definitief lid wordt. Vanaf het moment dat het definitieve lidmaatschap ingaat telt dan de in het instellingsbesluit afgesproken zittingstermijn.

Volgens de wet is het toegestaan nieuwe leden eerst een half jaar aspirant-lid te laten zijn. De zorgaanbieder regelt in het instellingsbesluit de zittingsduur van de cliëntenraadsleden. In het instellingsbesluit kan ook een periode aspirant-lidmaatschap geregeld worden. Staat dit er (nog) niet in, dan kan de cliëntenraad ongevraagd adviseren dit aan te passen in het instellingsbesluit. Voor een dergelijke aanpassing telt een verzwaard advies aan de zorgaanbieder.

Let op! Het aspirant-lid is nog geen definitief lid. Wanneer de cliëntenraad besluiten neemt door middel van stemming, stemt het aspirant-lid niet mee. Leden stemmen mee vanaf het moment dat zij definitief lid zijn.

Delen op social media

Bij het samenvoegen van twee cliëntenraden is het goed om duidelijke afspraken te maken en deze afspraken ook schriftelijk vast te leggen. De samenwerkingsovereenkomst en het huishoudelijk reglement van de nieuwe raad moeten gemaakt worden. Ook moeten beide achterbannen geïnformeerd worden over het samengaan van de raden en waar ze nu terecht kunnen met vragen of opmerkingen.

Voor de samenstelling van de raad is het belangrijk dat de verdeling van het aantal cliënten uit beide locaties gelijk is. Anders kan de ene locatie een grotere stem krijgen in de raad dan de andere locatie.

Verder is het goed om naar de onderwerpen te kijken die besproken worden. Deze onderwerpen moeten voor beide locaties gelden om ervoor te zorgen dat u praat over de veranderingen die in uw eigen locatie plaats vinden. Locatiespecifieke zaken kunnen beter apart besproken worden.

De gesprekspartner (bestuurder) moet gemachtigd zijn om beslissingen te nemen over beide locaties zodat beslissingen genomen kunnen worden zonder dat het nog voorgelegd moet worden aan een ander.

Een laatste tip is om na 1 jaar te evalueren of het samengaan van beide raden goed werkt en of het bevalt.

Delen op social media

Er is niet een vast bedrag te noemen hoe hoog het budget van de cliëntenraad moet zijn. Dit is namelijk afhankelijk van welke kosten een cliëntenraad maakt. Het is van belang dat een raad voldoende geld krijgt om zijn werkzaamheden te doen.

Bij het opstellen en berekenen van het budget zijn een aantal onderdelen waar u aan kunt denken.

Zo zijn er de kosten voor reguliere werkzaamheden zoals reis- en verblijfkosten, kosten voor informatievoorziening, kosten voor communicatie met de achterban, kosten voor pr en kosten voor het lidmaatschap van landelijk organisatie cliëntenraden.

En er zijn de overige kosten zoals structurele ondersteuning, kosten van scholing, inwinnen van adviezen en, zonodig, kosten voor geschillen.

Als u meer wilt lezen hierover heeft het LSR een handreiking budgetregeling cliëntenraden te koop (ook in pictoversie). Het is te bestellen via de webwinkel op de site van het LSR of via de helpdesk: helpdesk@hetlsr.nl, telefoonnummer: 030 – 299 00 04.

Delen op social media

De bestuurder bepaalt de zittingstermijn van leden van de cliëntenraad en legt dit vast in het instellingsbesluit. De cliëntenraad heeft er verzwaard adviesrecht over. Dat staat in artikel 2.2.a van de Wmcz. De wet zegt niets over het aantal jaren.

Meestal is het een zittingstermijn van 3 of 4 jaar. Vaak kan je dan nog één keer benoemd worden voor een zelfde termijn. Dus 6 tot 8 jaar in totaal. Hoe dat precies bij jullie raad is geregeld, staat in het instellingsbesluit van jullie organisatie.

Delen op social media

In de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) staat niet dat de vergaderingen van de cliëntenraad openbaar zijn. Maar contact met de achterban is belangrijk voor de cliëntenraad en daarom is het logisch om de vergaderingen in principe open te stellen voor de achterban om bij te wonen. Structureel bijwonen is echter ongebruikelijk. De cliëntenraad kan daar voorwaarden aan stellen en deze vastleggen in het huishoudelijk reglement.

Voorbeelden van deze voorwaarden kunnen zijn: • Vooraf aanmelden bij de voorzitter van de cliëntenraad. • Een maximaal aantal keer per jaar vaststellen waarop de vergadering bijgewoond kan worden. Eventueel met instemming van de cliëntenraad vaker. • De vergadering bijwonen wanneer er een onderwerp wordt besproken dat een bepaalde groep cliënten direct aangaat. De bezoekers kan eventueel spreekrecht worden verleend, stemrecht hebben zij echter niet.

Delen op social media

Het LSR heeft profielen opgesteld voor zowel een lid van de cliëntenraad als van een voorzitter van de cliëntenraad. Bij het lid van de cliëntenraad staat aangegeven wat van de cliëntenraadsleden verwacht wordt, bijvoorbeeld het aantal uur tijdsinvestering en kennis van de gezondheidszorg. Ook de vaardigheden waarover een lid moet beschikken staan hierin beschreven.

De voorzitter heeft een uitgebreider takenpakket en verantwoordelijkheden. Wat betreft de vaardigheden komen die overeen met het cliëntenraadslid maar komen er nog een aantal specifieke bij. Voorbeelden hiervan zijn: kunnen enthousiasmeren, prioriteiten stellen en delegeren.

De profielen kunt u aanpassen aan de wensen van uw cliëntenraad. Beide profielen staan bij het voorbeeldmateriaal op het ledendeel van deze website.

Delen op social media

De cliëntenraad is geen rechtspersoon (stichting, vereniging of bedrijf) en kan niet als zodanig ingeschreven worden bij de Kamer van Koophandel. Wel is het mogelijk om een zakelijke rekening te openen (na overleg met de instelling) op het Kamer van Koophandel nummer van de zorginstelling. De rekening wordt dan ‘ten name van de cliëntenraad’.

De cliëntenraad kan ook een particuliere rekening openen maar daaraan zitten veel nadelen. Zo is een particuliere rekening gekoppeld aan de persoon die de rekening opent en dus ook aan zijn of haar sofinummer.
Dit kan een probleem zijn voor de belastingaangifte omdat het geld op de rekening van de cliëntenraad bij het vermogen van degene op wiens naam de rekening staat wordt opgeteld. Ook is het zo dat als deze persoon geen cliëntenraadslid meer is, de rekening op een andere naam gezet moet worden. Dit is veel administratief werk.

De kosten van een zakelijke rekening zijn wel hoger dan die van een particuliere rekening. De kosten voor een zakelijke rekening zijn ongeveer €100,- per jaar. Daarbij komt dat elke af- of bijschrijving ongeveer € 0,10 kost.

Delen op social media

In de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) artikel 3.2 staat: ‘Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit’. Er staat dus geen termijn genoemd. Hoeveel tijd nodig is om antwoord te geven op een adviesvraag hangt van een aantal zaken af.

Bijvoorbeeld:
• Hoe compleet is de adviesvraag? Hoeveel aanvullende informatie is er nodig? Zijn er nog vragen?
• Hoe is de planning van de raad? Wanneer is de volgende overlegvergadering met de bestuurder?
• Hoeveel voorinformatie heeft de raad al ontvangen? Is er al eerder over gesproken?
• Is het een spoedeisende adviesvraag?

Bepaal daarom, in overleg met de bestuurder, per onderwerp wat een redelijke termijn is voor het reageren op de adviesvraag. Vaak wordt als redelijke termijn zes weken aangehouden. Als er vaste afspraken zijn over de termijnen leg deze dan vast in de samenwerkingsovereenkomst.

Delen op social media

Dat kan inderdaad. Als een zorgaanbieder niet onder de Wmcz valt kan de zorgaanbieder besluiten een cliëntenraad in te stellen en aan die cliëntenraad alle bevoegdheden van de Wmcz toekennen. Net zoals een zorgaanbieder nu ook extra bevoegdheden kan toekennen aan de cliëntenraad.

Spreek schriftelijk met elkaar af dat de cliëntenraad alle bevoegdheden heeft volgens de Wmcz. De adviesprocedures zijn dan rechtsgeldig.

Delen op social media

In de Wmcz staat bij artikel 2.2.b dat de zorgaanbieder een regeling moet opstellen over: ‘de materiële middelen waarover de cliëntenraad ten behoeve van zijn werkzaamheden kan beschikken’. Deze regeling moet zo zijn dat dat de cliëntenraad op basis daarvan redelijkerwijs in staat moet zijn om zijn taak uit te voeren (artikel 2.3).

Het vaststellen en wijzigen van deze regeling valt onder het verzwaard adviesrecht volgens Wmcz artikel 3.1.l. Dit betekent dat de zorgaanbieder geen besluit mag nemen als de cliëntenraad daarover negatief heeft geadviseerd, tenzij de (Landelijke) Commissie van Vertrouwenslieden (LCvV) heeft geoordeeld dat hij het besluit in redelijkheid wel kan nemen (artikel 4.2 Wmcz). Bij de beoordeling van een dergelijk besluit kijkt de commissie of deze voldoet aan het wettelijke criterium van artikel 2.3 van de Wmcz.

In het verleden heeft de Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden (LCvV) een uitspraak gedaan bij een vraag van een cliëntenraad over de hoogte van het budget. De LCvV keek toen vooral naar de onderbouwing van de cliëntenraad voor het gevraagde bedrag en naar de onderbouwing van de zorgaanbieder
waarom hij het bedrag te hoog vond.

Delen op social media

Er zijn drie reglementen die te maken hebben met het werk van de cliëntenraad namelijk het instellingsbesluit, de samenwerkingsovereenkomst en het huishoudelijk reglement.

Het instellingsbesluit
Voor de oprichting van een cliëntenraad stelt de Raad van Bestuur een instellingsbesluit op. In het instellingsbesluit staan de besluiten die genomen zijn over de oprichting van de cliëntenraad. De volgende besluiten staan er in ieder geval in:

uit hoeveel leden bestaat de cliëntenraad bestaat
hoe is de cliëntenraad is samengesteld
hoe worden de leden benoemd
op welke manier worden de cliëntenraadsleden geselecteerd
wanneer eindigt een lidmaatschap
welke voorzieningen krijgt de cliëntenraad tot zijn beschikking
De samenwerkingsovereenkomst

Een samenwerkingsovereenkomst is niet wettelijk verplicht, maar wel van groot belang voor de medezeggenschap. Een samenwerkingsovereenkomst vormt een duidelijke, formele basis voor de samenwerking tussen de cliëntenraad en de Raad van Bestuur en wordt in onderling overleg opgesteld.

Het huishoudelijk reglement
In de Wmcz staat dat de cliëntenraad schriftelijk zijn werkwijze en zijn vertegenwoordiging in en buiten rechte moet regelen. Dat kan in een huishoudelijk reglement. In het reglement staat onder andere hoe de werkwijze van de cliëntenraad eruit ziet en wie de cliëntenraad vertegenwoordigt bij het tekenen van bijvoorbeeld contracten. Het reglement is van de cliëntenraad zelf. De Raad van Bestuur ontvangt het huishoudelijk reglement ter inzage, maar heeft er geen zeggenschap over.

Het LSR heeft voorbeelden van bovengenoemde reglementen. Deze reglementen kunt u aanpassen aan uw eigen situatie. U vindt de voorbeelden bij de voorbeeldmaterialen op het ledendeel van deze website.

Het LSR kan u ondersteunen bij het opstellen van de reglementen.

Delen op social media

Load More

Staat uw vraag er niet bij?
Stel hem dan aan de helpdesk: helpdesk@hetlsr.nl.

Delen op social media