Cliëntenraden stellen regelmatig vragen aan het LSR. Vaak zijn die ook voor andere cliëntenraden interessant.

Organisatie van de cliëntenraad

Als het vertrouwen van de cliëntenraad in deze persoon geschonden is kan de cliëntenraad het cliëntenraadslid schorsen. Voordat de raad hiertoe overgaat moet het cliëntenraadslid gelegenheid hebben gekregen om uitleg te geven en zich tegen de schorsing te verdedigen. Over het algemeen wordt een lid eerst
voor drie maanden geschorst. Na die drie maanden wordt besloten of het geschorste lid wordt ontslagen.

Zowel over het besluit tot schorsing als over het ontslag wordt in de raad gestemd. Deze stemming is schriftelijk en het besluit kan worden genomen als minimaal twee derde van de raadsleden voor het besluit stemt.

Als het goed is staan in het huishoudelijk reglement van de cliëntenraad bovenstaande stappen beschreven.Mocht dit niet zo zijn dan kunt u op het ledendeel van de website van het LSR het voorbeeld huishoudelijk
reglement downloaden. Hierin staat bij artikel 8 beschreven hoe de procedure in het reglement kan worden opgenomen.

Delen op social media

Dat mag. De VGN (Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland) raadt
organisaties aan om vrijwilligers een VOG te laten aanvragen. Want lid zijn van
een verwantenraad zou je ook vrijwilligerswerk kunnen noemen.

Als de manager dit wil invoeren, dan moet het worden opgenomen in het
instellingsbesluit. De raad heeft hier verzwaard adviesrecht over.
De raad kan aan de manager vragen wat de redenen zijn om een VOG te
laten aanvragen.

Uiteraard moeten de kosten voor de aanvraag van de VOG vergoed worden
door de instelling.

Delen op social media

Het is begrijpelijk dat een mentor zich betrokken voelt. Maar het werk van de
cliëntenraad staat los van het mentorschap voor een individuele cliënt.

Mentorschap is bedoeld voor mensen die hun persoonlijke zaken niet meer
zelf kunnen regelen. De mentor neemt beslissingen over de verzorging,
verpleging, behandeling of begeleiding van een cliënt. De cliënt blijft wel zelf
handelingsbekwaam.

De adviesvragen die in de cliëntenraad behandeld worden zijn bedoeld voor
alle cliënten van de instelling. Het gaat dus juist niet om persoonlijke zaken.

Een mentor heeft alleen met zijn of haar cliënt te maken en niet met de keuzes
van de instelling. En daarmee ook niet met de onderwerpen in de cliëntenraad.

Delen op social media

Als het goed is, is de geheimhouding al geregeld in de samenwerkingsovereenkomst. Daarin is bepaald dat de raad van bestuur geheimhouding kan opleggen.

De raad van bestuur moet de vraag om geheimhouding voorafgaand aan het bespreken van het geheim te houden onderwerp stellen. De cliëntenraad kan dan beslissen of hij de geheim te houden informatie wel wil ontvangen. Ook worden er dan afspraken gemaakt over de duur van die geheimhouding, over welke mondelinge of schriftelijke informatie het precies gaat en of er personen zijn waarvoor de geheimhouding niet geldt (bijvoorbeeld de personeelsfunctionaris).

Houdt een lid van de cliëntenraad zich vervolgens niet aan die afspraken dan kan dat voor de cliëntenraad een reden zijn om de betreffende persoon te ontslaan. De geheimhoudingsverklaring is dus overbodig omdat geheimhouding al in de samenwerkingsovereenkomst is geregeld en ontslag als lid van de cliëntenraad een afdoende sanctie is op schending van de geheimhoudingsplicht.

Is de geheimhouding niet in de samenwerkingsovereenkomst geregeld, dan adviseren we dit hierin op te nemen. Hiervoor kan de cliëntenraad een ongevraagd verzwaard advies indienen (artikel 3.1.L).

Delen op social media

In de Wmcz staat dat de zorgaanbieder schriftelijk ‘de wijze van benoeming’ regelt van de leden van de cliëntenraad (artikel 2, lid 2a). In uw instellingsbesluit moet beschreven staan welke rol de bestuurder heeft bij de besluitvorming over het lidmaatschap van de cliëntenraad.

Het kan zijn dat geregeld is dat de cliëntenraad zelf zijn leden benoemd. De bestuurder kan dan een adviesrecht, vetorecht of helemaal geen rol hebben. Het kan ook zijn dat de rollen omgekeerd zijn en dat de bestuurder de nieuwe leden benoemd. Vaak heeft de cliëntenraad dan een voordrachtsrecht, soms een adviesrecht of vetorecht.

In het voorbeeld instellingsbesluit van het LSR benoemd de cliëntenraad de nieuwe leden. Dit staat als volgt geformuleerd:

Artikel 4
1. De leden van de cliëntenraad worden benoemd door de cliëntenraad.
2. Besluiten tot benoeming van een lid van de cliëntenraad worden met twee derde meerderheid van stemmen genomen.
3. Besluiten tot benoeming van een cliëntenraadslid worden bekend gemaakt aan de achterban en aan de raad van bestuur.
4. In afwijking van lid 1 worden de leden van de eerste cliëntenraad benoemd door de raad van bestuur.

Als er verkiezingen worden gehouden wordt het lidmaatschap verkregen op grond van de verkiezingsuitslag en is er geen benoemingsbesluit nodig.

Delen op social media

Het is beter als de manager zelf komt. De manager is namelijk de
gesprekspartner van de raad. Hij of zij vraagt het advies aan de raad over
plannen die gaan over veranderingen in de instelling.

Hij moet ook aanwezig zijn bij de vergadering om vragen van de raad over het advies te beantwoorden. En hij moet erbij zijn als de raad met het antwoord op de adviesvraag komt.

Soms kan het zijn dat iemand anders de gesprekspartner van de raad is.
Het is dan wel belangrijk dat deze persoon beslissingen mag nemen. Anders
kan de clientenraad zijn werk niet goed doen.

Delen op social media

Als de regioraad die opgericht gaat worden sowieso een zetel heeft in de CCR is er op dit moment een vacature voor die zetel in de CCR. Deze vacature kan de komende verkiezingen nog niet officieel ingevuld worden omdat de regioraad er nog niet is. De persoon die in de CCR wil moet eerst in de regioraad gekozen worden. Dit is de officiële weg.

Eventueel kunt u ook werken met een ‘vertegenwoordiger’ van de op te richten regioraad in de CCR. Dat zou de kandidaat kunnen zijn die u bedoelt. Op het moment dat de regioraad opgericht is kunt u kijken wie uit die raad in de CCR gaat. De kans is dan aanwezig dat dat dezelfde persoon zal zijn. Zij is dan wel gelijk al ingewerkt.

Delen op social media

Het is niet verplicht mensen in de cliëntenraad te benoemen door verkiezingen. In het instellingsbesluit staat hoe cliënten in de cliëntenraad benoemd worden.

De cliëntenraad heeft verzwaard advies over hoe de benoeming gaat. Wat kunnen jullie nu nog doen? Spreek met de bestuurder af of er nog verkiezingen komen. En bespreek hoe jullie het verder regelen.

Delen op social media

Niet de ouders worden onder toezicht gesteld, maar het kind. De ouders houden bij een OTS het gezag over hun kind, maar dit is in die zin beperkt dat zij zich moeten laten begeleiden door de gezinsvoogd. Omdat de ouders het gezag behouden zijn zij wettelijk vertegenwoordiger van het kind. Als in het instellingsbesluit staat dat wettelijke vertegenwoordigers lid mogen worden van de cliëntenraad, voldoen ze daaraan. Als ouders het gezag is ontnomen zijn ze geen wettelijk vertegenwoordiger meer.

Tip:
Het is handig om voor de cliëntenraad een profiel op te stellen waaraan een lid moet voldoen. Hierbij moet u vanuit de wet rekening houden met de bepalingen dat de leden redelijkerwijs representatief moeten zijn voor de cliënten en redelijkerwijs in staat moeten worden geacht hun gemeenschappelijke belangen te behartigen. Verder kunt u zelf aangeven waaraan iemand moet voldoen om actief te zijn in de cliëntenraad.

Delen op social media

Een cliënt kan onder curatele worden gesteld als hij door de rechter handelingsonbekwaam is verklaard. Hij mag geen rechtshandelingen verrichten. Bijvoorbeeld het kopen van een huis of het sluiten van een behandelingsovereenkomst. Door de rechter wordt een curator aangewezen. De curator behartigt alle belangen van de cliënt. Een cliënt die handelingsonbekwaam is, is niet per se wilsonbekwaam. Hij kan meepraten over onderwerpen die voor hem belangrijk zijn en over onderwerpen die voor cliënten belangrijk zijn. Een cliënt die onder curatele staat kan dus lid worden van de cliëntenraad.

Dit geldt ook als een cliënt een mentor of een bewindvoerder heeft. Ook dan kan hij lid worden van de cliëntenraad.

Delen op social media

Het instellingsbesluit kan niet eenzijdig door de raad aangepast worden. Het instellingsbesluit is opgesteld door de zorginstelling bij de oprichting van de cliëntenraad. In het instellingsbesluit staan de afspraken die bij de oprichting genomen zijn zoals: uit hoeveel leden de cliëntenraad bestaat, hoe de cliëntenraad is samengesteld, hoe de leden worden benoemd, op welke manier de cliëntenraadsleden worden geselecteerd, wanneer een lidmaatschap eindigt en welke voorzieningen de cliëntenraad tot zijn beschikking krijgt.

De cliëntenraad kan wel voorstellen de zittingstermijnen te wijzigen door een ongevraagd verzwaard advies procedure te starten. Een wijziging van het instellingsbesluit is verzwaard adviesgeldig (artikel 3.1.L van de Wmcz). Als de cliëntenraad ongevraagd advies geeft over een onderwerp waarvoor het verzwaard adviesrecht geldt, is dezelfde procedure als bij gevraagd advies van toepassing.

Als de zorgaanbieder niet het advies van de cliëntenraad wil overnemen dan moet hij dit voorleggen aan de Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden (LCvV). De LCvV stelt dan vast of de zorgaanbieder niet aan het advies van de cliëntenraad gehoor hoeft te geven. Overigens staat in het instellingbesluit ook opgenomen of de organisatie een eigen commissie van vertrouwenslieden heeft of gebruik maakt van de Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden.

Delen op social media

De Wmcz zegt niets over de leeftijd waarop mensen deel kunnen nemen aan de cliëntenraad. De Wmzc zegt dat de cliëntenraad representatief moet zijn voor de cliënten. Hieruit volgt dat het logisch is dat in een voorziening voor jongeren ook jongeren zitting hebben in een cliëntenraad, immers zij representeren de cliënten. Vanaf 12 jaar mag u aannemen dat jongeren dit kunnen.

Delen op social media

Een cliëntenraad is volgens de medezeggenschapsparagraaf uit de Jeugdwet verplicht wanneer er meer dan tien ‘jeugdhulpverleners’ werkzaam zijn. Valt de ggz-jeugdafdeling van het ziekenhuis onder deze drempel, dan is de medezeggenschapsparagraaf niet van toepassing en hoeft er geen cliëntenraad te worden ingesteld voor deze patiënten.

Is het aantal jeugdhulpverleners hoger dan tien, dan moet een cliëntenraad worden ingesteld. Dit is dan een lokale raad van het ziekenhuis. De regels over medezeggenschap uit de Wmcz en uit de Jeugdwet zijn bijna identiek. Als er een cliëntenraad wordt ingesteld is het handig om te bepalen welke onderwerpen bij deze raad worden gelegd en welke onderwerpen bij de cliëntenraad van de rest van het ziekenhuis.

Delen op social media

Een onafhankelijk voorzitter van de cliëntenraad is geen lid van de raad. Hij of zij is puur voor het proces tijdens de vergadering en voor de praktische voorbereiding en uitwerking van de vergadering. Hij stemt ook niet mee en geeft niet zijn mening over het onderwerp wat besproken wordt.

De onafhankelijk voorzitter kan als woordvoerder van de cliëntenraad optreden. Er moeten dan wel duidelijke afspraken zijn gemaakt. Het is van belang dat de onafhankelijk voorzitter helder heeft wat de standpunten van de raad zijn omtrent het onderwerp. Bijvoorbeeld als er een praatje gegeven moet worden over de raad of als de voorzitter met de bestuurder spreekt over een gegeven advies. Het kan voorkomen dat er op zulke momenten inhoudelijke vragen worden gesteld die niet duidelijk besproken zijn in de cliëntenraad en waarop de onafhankelijk voorzitter geen antwoord kan en mag geven, omdat hij de mening van de cliëntenraad niet weet.

Als de raad toch graag de onafhankelijk voorzitter als woordvoerder wil, bijvoorbeeld omdat deze wel heel goed is in het verwoorden van zaken, kan de onafhankelijk voorzitter wellicht samen met een raadslid het gesprek aangaan.

Het is handig om de rol van de onafhankelijk voorzitter en de gemaakte afspraken vast te leggen in het huishoudelijk reglement van de cliëntenraad, zodat deze voor iedereen duidelijk zijn.

Delen op social media

Als twee cliëntenraden worden samengevoegd tot één nieuwe cliëntenraad zijn er twee mogelijkheden voor het omgaan met de zittingstermijnen van de leden.

Er is een nieuwe zittingsduur maar de oude zittingstermijnen van alle leden tellen mee. De leden gaan uit de cliëntenraad nadat ze de (nieuwe) totale tijd in de raad hebben gezeten.
De gehele raad begint opnieuw met nieuwe zittingstermijnen.
In het nieuwe instellingsbesluit wordt zowel de nieuwe zittingsduur als de overgangsregel opgenomen. Voorbeeldtekst overgangsregel: ‘Bij de bepaling van de maximale zittingsperiode telt de periode waarin een lid zitting heeft gehad in een andere cliëntenraad die door de zorgaanbieder of een rechtsvoorganger van de zorgaanbieder is ingesteld mee/niet mee (maak een keuze).

Delen op social media

Het is waardevol om startende leden van de cliëntenraad een proeftijd ofwel het aspirant-lidmaatschap te bieden. Deze periode, zo’n drie tot zes maanden, kan door het startende lid worden gebruikt om zicht te krijgen op het werk van de cliëntenraad en wat er van een cliëntenraadslid wordt verwacht. Na de proefperiode besluit het aspirant-lid of hij definitief lid wordt. Vanaf het moment dat het definitieve lidmaatschap ingaat telt dan de in het instellingsbesluit afgesproken zittingstermijn.

Volgens de wet is het toegestaan nieuwe leden eerst een half jaar aspirant-lid te laten zijn. De zorgaanbieder regelt in het instellingsbesluit de zittingsduur van de cliëntenraadsleden. In het instellingsbesluit kan ook een periode aspirant-lidmaatschap geregeld worden. Staat dit er (nog) niet in, dan kan de cliëntenraad ongevraagd adviseren dit aan te passen in het instellingsbesluit. Voor een dergelijke aanpassing telt een verzwaard advies aan de zorgaanbieder.

Let op! Het aspirant-lid is nog geen definitief lid. Wanneer de cliëntenraad besluiten neemt door middel van stemming, stemt het aspirant-lid niet mee. Leden stemmen mee vanaf het moment dat zij definitief lid zijn.

Delen op social media

Bij het samenvoegen van twee cliëntenraden is het goed om duidelijke afspraken te maken en deze afspraken ook schriftelijk vast te leggen. De samenwerkingsovereenkomst en het huishoudelijk reglement van de nieuwe raad moeten gemaakt worden. Ook moeten beide achterbannen geïnformeerd worden over het samengaan van de raden en waar ze nu terecht kunnen met vragen of opmerkingen.

Voor de samenstelling van de raad is het belangrijk dat de verdeling van het aantal cliënten uit beide locaties gelijk is. Anders kan de ene locatie een grotere stem krijgen in de raad dan de andere locatie.

Verder is het goed om naar de onderwerpen te kijken die besproken worden. Deze onderwerpen moeten voor beide locaties gelden om ervoor te zorgen dat u praat over de veranderingen die in uw eigen locatie plaats vinden. Locatiespecifieke zaken kunnen beter apart besproken worden.

De gesprekspartner (bestuurder) moet gemachtigd zijn om beslissingen te nemen over beide locaties zodat beslissingen genomen kunnen worden zonder dat het nog voorgelegd moet worden aan een ander.

Een laatste tip is om na 1 jaar te evalueren of het samengaan van beide raden goed werkt en of het bevalt.

Delen op social media

Er is niet een vast bedrag te noemen hoe hoog het budget van de cliëntenraad moet zijn. Dit is namelijk afhankelijk van welke kosten een cliëntenraad maakt. Het is van belang dat een raad voldoende geld krijgt om zijn werkzaamheden te doen.

Bij het opstellen en berekenen van het budget zijn een aantal onderdelen waar u aan kunt denken.

Zo zijn er de kosten voor reguliere werkzaamheden zoals reis- en verblijfkosten, kosten voor informatievoorziening, kosten voor communicatie met de achterban, kosten voor pr en kosten voor het lidmaatschap van landelijk organisatie cliëntenraden.

En er zijn de overige kosten zoals structurele ondersteuning, kosten van scholing, inwinnen van adviezen en, zonodig, kosten voor geschillen.

Als u meer wilt lezen hierover heeft het LSR een handreiking budgetregeling cliëntenraden te koop (ook in pictoversie). Het is te bestellen via de webwinkel op de site van het LSR of via de helpdesk: helpdesk@hetlsr.nl, telefoonnummer: 030 – 299 00 04.

Delen op social media

De bestuurder bepaalt de zittingstermijn van leden van de cliëntenraad en legt dit vast in het instellingsbesluit. De cliëntenraad heeft er verzwaard adviesrecht over. Dat staat in artikel 2.2.a van de Wmcz. De wet zegt niets over het aantal jaren.

Meestal is het een zittingstermijn van 3 of 4 jaar. Vaak kan je dan nog één keer benoemd worden voor een zelfde termijn. Dus 6 tot 8 jaar in totaal. Hoe dat precies bij jullie raad is geregeld, staat in het instellingsbesluit van jullie organisatie.

Delen op social media

In de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) staat niet dat de vergaderingen van de cliëntenraad openbaar zijn. Maar contact met de achterban is belangrijk voor de cliëntenraad en daarom is het logisch om de vergaderingen in principe open te stellen voor de achterban om bij te wonen. Structureel bijwonen is echter ongebruikelijk. De cliëntenraad kan daar voorwaarden aan stellen en deze vastleggen in het huishoudelijk reglement.

Voorbeelden van deze voorwaarden kunnen zijn: • Vooraf aanmelden bij de voorzitter van de cliëntenraad. • Een maximaal aantal keer per jaar vaststellen waarop de vergadering bijgewoond kan worden. Eventueel met instemming van de cliëntenraad vaker. • De vergadering bijwonen wanneer er een onderwerp wordt besproken dat een bepaalde groep cliënten direct aangaat. De bezoekers kan eventueel spreekrecht worden verleend, stemrecht hebben zij echter niet.

Delen op social media

Het LSR heeft profielen opgesteld voor zowel een lid van de cliëntenraad als van een voorzitter van de cliëntenraad. Bij het lid van de cliëntenraad staat aangegeven wat van de cliëntenraadsleden verwacht wordt, bijvoorbeeld het aantal uur tijdsinvestering en kennis van de gezondheidszorg. Ook de vaardigheden waarover een lid moet beschikken staan hierin beschreven.

De voorzitter heeft een uitgebreider takenpakket en verantwoordelijkheden. Wat betreft de vaardigheden komen die overeen met het cliëntenraadslid maar komen er nog een aantal specifieke bij. Voorbeelden hiervan zijn: kunnen enthousiasmeren, prioriteiten stellen en delegeren.

De profielen kunt u aanpassen aan de wensen van uw cliëntenraad. Beide profielen staan bij het voorbeeldmateriaal op het ledendeel van deze website.

Delen op social media

De cliëntenraad is geen rechtspersoon (stichting, vereniging of bedrijf) en kan niet als zodanig ingeschreven worden bij de Kamer van Koophandel. Wel is het mogelijk om een zakelijke rekening te openen (na overleg met de instelling) op het Kamer van Koophandel nummer van de zorginstelling. De rekening wordt dan ‘ten name van de cliëntenraad’.

De cliëntenraad kan ook een particuliere rekening openen maar daaraan zitten veel nadelen. Zo is een particuliere rekening gekoppeld aan de persoon die de rekening opent en dus ook aan zijn of haar sofinummer.
Dit kan een probleem zijn voor de belastingaangifte omdat het geld op de rekening van de cliëntenraad bij het vermogen van degene op wiens naam de rekening staat wordt opgeteld. Ook is het zo dat als deze persoon geen cliëntenraadslid meer is, de rekening op een andere naam gezet moet worden. Dit is veel administratief werk.

De kosten van een zakelijke rekening zijn wel hoger dan die van een particuliere rekening. De kosten voor een zakelijke rekening zijn ongeveer €100,- per jaar. Daarbij komt dat elke af- of bijschrijving ongeveer € 0,10 kost.

Delen op social media

In de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) artikel 3.2 staat: ‘Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit’. Er staat dus geen termijn genoemd. Hoeveel tijd nodig is om antwoord te geven op een adviesvraag hangt van een aantal zaken af.

Bijvoorbeeld:
• Hoe compleet is de adviesvraag? Hoeveel aanvullende informatie is er nodig? Zijn er nog vragen?
• Hoe is de planning van de raad? Wanneer is de volgende overlegvergadering met de bestuurder?
• Hoeveel voorinformatie heeft de raad al ontvangen? Is er al eerder over gesproken?
• Is het een spoedeisende adviesvraag?

Bepaal daarom, in overleg met de bestuurder, per onderwerp wat een redelijke termijn is voor het reageren op de adviesvraag. Vaak wordt als redelijke termijn zes weken aangehouden. Als er vaste afspraken zijn over de termijnen leg deze dan vast in de samenwerkingsovereenkomst.

Delen op social media

Dat kan inderdaad. Als een zorgaanbieder niet onder de Wmcz valt kan de zorgaanbieder besluiten een cliëntenraad in te stellen en aan die cliëntenraad alle bevoegdheden van de Wmcz toekennen. Net zoals een zorgaanbieder nu ook extra bevoegdheden kan toekennen aan de cliëntenraad.

Spreek schriftelijk met elkaar af dat de cliëntenraad alle bevoegdheden heeft volgens de Wmcz. De adviesprocedures zijn dan rechtsgeldig.

Delen op social media

In de Wmcz staat bij artikel 2.2.b dat de zorgaanbieder een regeling moet opstellen over: ‘de materiële middelen waarover de cliëntenraad ten behoeve van zijn werkzaamheden kan beschikken’. Deze regeling moet zo zijn dat dat de cliëntenraad op basis daarvan redelijkerwijs in staat moet zijn om zijn taak uit te voeren (artikel 2.3).

Het vaststellen en wijzigen van deze regeling valt onder het verzwaard adviesrecht volgens Wmcz artikel 3.1.l. Dit betekent dat de zorgaanbieder geen besluit mag nemen als de cliëntenraad daarover negatief heeft geadviseerd, tenzij de (Landelijke) Commissie van Vertrouwenslieden (LCvV) heeft geoordeeld dat hij het besluit in redelijkheid wel kan nemen (artikel 4.2 Wmcz). Bij de beoordeling van een dergelijk besluit kijkt de commissie of deze voldoet aan het wettelijke criterium van artikel 2.3 van de Wmcz.

In het verleden heeft de Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden (LCvV) een uitspraak gedaan bij een vraag van een cliëntenraad over de hoogte van het budget. De LCvV keek toen vooral naar de onderbouwing van de cliëntenraad voor het gevraagde bedrag en naar de onderbouwing van de zorgaanbieder
waarom hij het bedrag te hoog vond.

Delen op social media

Er zijn drie reglementen die te maken hebben met het werk van de cliëntenraad namelijk het instellingsbesluit, de samenwerkingsovereenkomst en het huishoudelijk reglement.

Het instellingsbesluit
Voor de oprichting van een cliëntenraad stelt de Raad van Bestuur een instellingsbesluit op. In het instellingsbesluit staan de besluiten die genomen zijn over de oprichting van de cliëntenraad. De volgende besluiten staan er in ieder geval in:

uit hoeveel leden bestaat de cliëntenraad bestaat
hoe is de cliëntenraad is samengesteld
hoe worden de leden benoemd
op welke manier worden de cliëntenraadsleden geselecteerd
wanneer eindigt een lidmaatschap
welke voorzieningen krijgt de cliëntenraad tot zijn beschikking
De samenwerkingsovereenkomst

Een samenwerkingsovereenkomst is niet wettelijk verplicht, maar wel van groot belang voor de medezeggenschap. Een samenwerkingsovereenkomst vormt een duidelijke, formele basis voor de samenwerking tussen de cliëntenraad en de Raad van Bestuur en wordt in onderling overleg opgesteld.

Het huishoudelijk reglement
In de Wmcz staat dat de cliëntenraad schriftelijk zijn werkwijze en zijn vertegenwoordiging in en buiten rechte moet regelen. Dat kan in een huishoudelijk reglement. In het reglement staat onder andere hoe de werkwijze van de cliëntenraad eruit ziet en wie de cliëntenraad vertegenwoordigt bij het tekenen van bijvoorbeeld contracten. Het reglement is van de cliëntenraad zelf. De Raad van Bestuur ontvangt het huishoudelijk reglement ter inzage, maar heeft er geen zeggenschap over.

Het LSR heeft voorbeelden van bovengenoemde reglementen. Deze reglementen kunt u aanpassen aan uw eigen situatie. U vindt de voorbeelden bij de voorbeeldmaterialen op het ledendeel van deze website.

Het LSR kan u ondersteunen bij het opstellen van de reglementen.

Delen op social media

Load More

Cliëntenraad aan het werk

De notulen hoeven niet opgestuurd worden naar het zorgkantoor. De notulen zijn van de cliëntenraad en de cliëntenraad beslist wie de notulen krijgt. Mocht u de notulen wel willen opsturen, realiseert u zich dan dat dit het overleg met de zorgaanbieder kan beïnvloeden. De zorgaanbieder praat dan immers steeds in het besef dat het zorgkantoor over de schouder van de cliëntenraad meekijkt.

In plaats van het opsturen van de notulen kunt u het gesprek aangaan met het zorgkantoor. Het is namelijk wel goed als de cliëntenraad en het zorgkantoor informatie uitwisselen en contact met elkaar hebben. De zorgaanbieder moet wel op de hoogte worden gebracht van de afspraken.

Zorgkantoren/zorgverzekeraars hebben regelmatig overleg met de zorgaanbieders in hun regio over de inhoud en de kwaliteit van de zorg en over de kwantiteit, zoals uitgewerkt in de productieafspraken. Cliëntenraden kunnen bruikbare informatie leveren voor het inkoopproces van het zorgkantoor/zorgverzekeraar met name over de kwaliteit van de zorg. Er moet immers zorg ingekocht worden die aansluit bij de behoeften van cliënten.

Voor verdere tips over de contacten met het zorgkantoor is een boekje: ‘Cliëntenraden en zorgkantoren: in goed overleg, handreikingen voor contact’. Dit boekje is te bestellen via de webwinkel op de site van het LSR of via de helpdesk: helpdesk@hetlsr.nl, telefoonnummer: 030 – 299 00 04.

Delen op social media

De calamiteitenprocedure is onderdeel van het algemene veiligheidsbeleid en is verzwaard adviesplichtig (artikel 3.1.i van de Wmcz).

Veel beleidskeuzes die gemaakt worden zijn uitvloeisels van wettelijke bepalingen. In dit geval gaat het om de opzet van de calamiteitenprocedure die verplicht is vanuit de wet. Het is vergelijkbaar met de klachtenprocedure: een aparte wet geeft aan dat er een klachtenprocedure moet zijn en hoe die eruit gaat zien. Bij het invoeren in de organisatie worden specifieke keuzes gemaakt. Op die keuzes en uitvoering heeft de cliëntenraad verzwaard advies. Dus niet over het feit dat er een procedure moet zijn.

Delen op social media

Bij een fusie, maar bijvoorbeeld ook bij nieuwbouw, komen er veel en vaak moeilijke onderwerpen aan de orde bij de cliëntenraad. Daar heeft de gemiddelde cliëntenraad niet vanzelf genoeg deskundigheid voor. Daarom kan zij een apart budget aanvragen om door deskundigen te worden bijgestaan bij het voorbereiden van de adviezen over de fusie of over de nieuwbouw.

In artikel 2 van de Wmcz (wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen) wordt aangegeven dat de zorgaanbieder de cliëntenraad de middelen verstrekt om haar werk goed te kunnen doen. De wetgever heeft in de memorie van toelichting bij de Wmcz ook uitdrukkelijk bedoelt dat de cliëntenraad een beroep mag doen op deskundige ondersteuning bij moeilijke onderwerpen.

De cliëntenraad kan vooraf schriftelijk aan de zorgaanbieder extra budget vragen voor het inhuren van een deskundige. Geef hierbij ook aan wat de deskundige ondersteuning globaal inhoud en door wie het gegeven gaat worden.

Na de toestemming kan de cliëntenraad dan zelf bepalen wat zij precies gaat vragen aan de deskundige(n) binnen dat extra budget. Mocht de fusie heel lang duren en heel veel van de cliëntenraad gaan vragen dan mag de cliëntenraad opnieuw extra budget aanvragen voor bijstand van deskundigen.

Delen op social media

De werktijden van cliënten kunnen niet zomaar veranderd worden. De cliëntenraad heeft hier verzwaard advies over zoals staat in artikel 3.1.L. Dit is namelijk een voor cliënten geldende regeling.

Binnen een maand nadat de cliëntenraad gehoord of gemerkt heeft dat de werktijden veranderd zijn, kan de raad nietigheid inroepen. Met nietigheid inroepen geef je aan dat de instelling de beslissing om de werktijden te veranderen ongedaan moet maken. Het besluit is dan officieel ongeldig.

Het inroepen van nietigheid moet schriftelijk gebeuren. In de brief waarin u als raad nietigheid inroept is het handig om aan te geven dat u bijvoorbeeld binnen een week een reactie van de bestuurder verwacht. In deze reactie moet hij of zij aangeven dat hij afziet van het besluit en een verzwaard adviesvraag aan de cliëntenraad gaat voorleggen.

Op de website van het LSR bij voorbeeldmaterialen is een modelbrief voor het inroepen van nietigheid te downloaden.

Delen op social media

In de wet (Wmcz) staat niet beschreven dat de cliëntenraad recht heeft om toegang te hebben tot intranet. Er is wel het recht op informatie. Dit staat zowel in artikel 5 als artikel 9 van de wet. Over hoe die informatie bij de cliëntenraad komt staat in artikel 9 dat de stukken voor cliënten ter inzage gelegd moeten worden en op verzoek afschriften verstrekt moeten worden.

Ook in de samenwerkingsovereenkomst van de cliëntenraad staat (als het goed is) iets opgenomen over afspraken hoe informatie bij de cliëntenraad komt en welke stukken jullie zouden moeten krijgen. Hier kan wel aangegeven staan dat dit bij jullie via intranet gaat. Dat zou je even na moeten kijken.

Uiteraard is het heel handig om de informatie waar de cliëntenraad recht op heeft op intranet te zetten. Dat is gemakkelijk zowel voor de raad als voor diegene die voor de verspreiding van de stukken moet zorgen.

Delen op social media

In de Wmcz staat niets over contacten tussen de cliëntenraad en de Raad van Toezicht. Dat wil niet zeggen dat er geen contacten mogen zijn met de Raad van Toezicht. Het kan juist nuttig zijn om regelmatig contact te hebben.

Er zijn verschillende onderwerpen die interessant zijn om met de Raad van Toezicht te bespreken. Een voorbeeld hiervan is de communicatie tussen (huis)artsen, verpleegkundigen, medewerkers en cliënten, of het doorvoeren van het gastvrijheidsprincipe binnen de organisatie. Ook voor de Raad van Toezicht is het belangrijk om contact te hebben met de cliëntenraad. Zij krijgen daardoor meer zicht op het perspectief van de cliënt en op de zorg die de organisatie biedt.

Er zijn cliëntenraden die op vaste momenten in het jaar een overleg hebben met de Raad van Toezicht. Dit varieert van een tot zes maal per jaar. Soms is er ook een periodiek overleg van de cliëntenraad met de persoon uit de Raad van Toezicht die door de cliëntenraad bindend is voorgedragen.

Het LSR hoort in de praktijk dat de Raad van Bestuur soms het overleg tussen de cliëntenraad en de Raad van Toezicht verbiedt. Echter de cliëntenraad mag overleggen met iedereen binnen of buiten de organisatie met wie hij informatie wil delen. In deze situatie is het goed de Raad van Bestuur te vertellen waarover de cliëntenraad wil overleggen met de Raad van Toezicht.

Delen op social media

Het is mogelijk om het recht tot bindende voordracht voor een lid van de Raad van Toezicht in te ruilen voor advies op alle leden van de Raad van Toezicht. Dit is echter geen uitbreiding van de invloed die u heeft.

De Wmcz geeft de cliëntenraad het recht ten minste 1 lid voor de Raad van Toezicht bindend voor te dragen. Dit betekent dat de cliëntenraad zelf iemand kan werven en selecteren en voordragen als lid. Voor de profielschets gebruikt de cliëntenraad de algemene profielschets voor een lid van de Raad van Toezicht en voegt eigen criteria en wensen toe. De Raad van Toezicht kan alleen een kandidaat afwijzen wanneer deze niet voldoet aan de algemene profielschets. Het doel van dit recht is om het cliëntenperspectief ook binnen het hoogste bestuursorgaan te verankeren. Veel mensen zeggen immers vanuit cliëntenperspectief te denken en te handelen, terwijl de praktijk uitwijst dat het niet eenvoudig is om telkens weer de vraag te stellen wat een beleidskeuze voor cliënten betekent.

Wanneer de cliëntenraad adviesrecht heeft over alle leden van de Raad van Toezicht dan kan de Raad van Toezicht het advies van de cliëntenraad te allen tijde gemotiveerd naast zich neerleggen. De kans dat er voor ‘eigen’ kandidaten gekozen wordt is groter en de kans dat het cliëntenperspectief verankerd is binnen de Raad van Toezicht kleiner. Alleen de tekst dat alle kandidaten het cliëntenperspectief vertegenwoordigen binnen de raad van Toezicht geeft geen zekerheid dat dit ook gebeurt en de cliëntenraad heeft daar geen of minder zicht op.

Als hulp bij het voordragen van een persoon voor de Raad van Toezicht kan de cliëntenraad gebruik maken van de Namenbank.

Delen op social media

Wat ‘belangrijk’ is, wordt nergens gespecificeerd, ook niet in de toelichting op de Wmcz. Als de cliëntenraad iets ‘belangrijk’ vindt, dan heeft hij het recht om op die grond te adviseren. Met de Raad van Bestuur bespreekt de cliëntenraad het belang van het onderwerp voor cliënten en wat het advies van de cliëntenraad de organisatie oplevert.

Delen op social media

Een cliëntenraad heeft de volgende taken en rechten:

Het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van cliënten.
Recht op informatie.
Adviesrecht.
Recht een lid Raad van Toezicht bindend voor te dragen.
Extra bevoegdheden kunnen afgesproken worden.
Het LSR heeft een handboek waarin veel informatie staat. Ook is er een bewaarkaart waarop aangegeven staat op welk onderwerp de cliëntenraad gewoon of verzwaard advies recht heeft. Beide zijn te bestellen via de webwinkel op de site van het LSR of via de helpdesk: helpdesk@hetlsr.nl, telefoonnummer: 030 – 299 00 04.

Delen op social media

De collectieve vrije dagen hebben ook gevolgen voor cliënten. Daarom is hetlogisch om de cliëntenraad hierover mee te laten denken.

In de Wmcz staat niets genoemd over vrije dagen voor cliënten. Er staat wel dat het maken of veranderen van een regeling voor cliënten verzwaard advies is. Het LSR vindt dat het bepalen van collectieve vrije dagen een regeling voor cliënten is en dus verzwaard advies.

Als de bestuurder het daar niet mee eens is, dan kan de raad het voor leggen aan de (landelijke) Commissie voor Vertrouwenslieden. Dan weet u het zeker.

Delen op social media

Een eerste stap voordat besloten wordt om een lid te schorsen of ontslaan, is een gesprek aangaan met het cliëntenraadslid. Hij wordt hierbij op zijn functioneren aangesproken en hij krijgt de mogelijkheid om zijn gedrag aan te passen.

Mocht het desondanks niet gaan, dan kan een procedure gestart worden om hem uit de raad te zetten. Meestal wordt de persoon eerst voor drie maanden geschorst. Na de drie maanden wordt besloten of het geschorste lid wordt ontslagen. Zowel voor het besluit over de schorsing als over het ontslag wordt in de raad gestemd. Deze stemming is schriftelijk en het besluit kan genomen worden als minimaal tweederde van de raadsleden voor het besluit stemt.

Als het goed is staan in het huishoudelijk reglement van de cliëntenraad bovenstaande stappen beschreven. Mocht dit niet zo zijn dan kunt u op het ledendeel van de website van het LSR het voorbeeld huishoudelijk reglement downloaden. Hierin staat bij artikel 8 beschreven hoe de procedure in het reglement opgenomen kan worden.

Delen op social media

Belangrijk is te kiezen welke rol en positie de raad wil innemen. De keus hangt af van wat de raad wil bereiken en hoe deze aansluit op de visie van de raad. Er zijn drie mogelijkheden:

Vraag de bestuurder een verbeterplan op te stellen waarin staat welke acties op welk termijn en met welk resultaat bereikt zijn. Geef over het verbeterplan een verzwaard advies. De raad toetst het traject van het verbeterplan. Kies voor deze rol wanneer het onderwerp kwaliteit één van de vele onderwerpen van de cliëntenraad is.
Stel als raad zelf een verbeterplan voor waarbij de raad aangeeft welke acties op welk termijn en met welk resultaat bereikt zijn. Ga in onderhandeling met de bestuurder over het verbeterplan. De raad kiest ervoor zelf initiatief te nemen. Kies voor deze rol wanneer het onderwerp kwaliteit het belangrijkste speerpunt is voor de cliëntenraad. Let op: zelf een verbeterplan opstellen kost tijd!
Kies als raad uit de grote hoeveelheid punten de drie belangrijkste verbeterpunten welke aansluiten bij de visie van de cliëntenraad. Wat wil de cliëntenraad over drie jaar bereikt hebben? Leg uit en stel voor, door middel van een ongevraagd advies, wat de cliëntenraad wil bereiken, wat de verbeterpunten de cliënten en de organisatie opleveren en eventueel hoe volgens de raad de organisatie de verbeterpunten kan bereiken. Vraag de bestuurder een plan te maken hoe de organisatie wil toewerken naar het realiseren van de verbeterpunten. De rol van de raad is adviserend. Kies voor deze rol wanneer de verbeterpunten aansluiten bij de visie van de cliëntenraad en de raad nog andere belangrijke speerpunten heeft.

Delen op social media

Meestal zitten mensen in de centrale cliëntenraad zonder ‘last of ruggespraak’.
‘Last’ betekent dat je opdracht krijgt om een bepaalde mening te vertellen. ‘Ruggespraak’ betekent dat je eerst moet overleggen met de lokale raad voordat je je mening in de centrale raad verteld.

In de centrale cliëntenraad zit je soms als vertegenwoordiger van de lokale raad. Dan kan er afgesproken zijn dat je eerst met de lokale raad moet overleggen. Maak hierover duidelijke afspraken met elkaar. Zet deze afspraken in het reglement van de centrale cliëntenraad.

In de lokale raad zit je nooit met last of ruggespraak. Anders zou je bij elke vraag met de achterban moeten overleggen. En dat is niet handig.

Delen op social media

De komende tijd verandert er veel in de langdurige zorg. In 2015 gaat een deel van de AWBZ-zorg die nu door instellingen wordt geleverd over naar de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning). Zorgaanbieders zien een deel van hun inkomsten verdwijnen doordat cliënten overgaan naar de Wmo. Om zich hier op voor te bereiden maken veel zorgaanbieders plannen om te reorganiseren.

Wat kan de cliëntenraad doen?
Een cliëntenraad kan in het proces van reorganiseren op verschillende momenten invloed uitoefenen en advies uitbrengen. Verhuizen of op een andere manier gaan wonen, kan ingrijpende gevolgen hebben voor cliënten. Maar ook de benoeming van een nieuw locatiehoofd kan voor grote veranderingen zorgen voor cliënten.

Het is belangrijk dat de cliëntenraad via zijn advies de mening van de cliënten laat horen. De cliëntenraad gaat immers uit van het perspectief van de cliënt. Een cliëntenraad kan in het proces van reorganiseren op verschillende momenten invloed uitoefenen en advies uitbrengen. Om de cliëntenraden hierbij te ondersteunen heeft het LSR samen met Ieder(in), Vraagraak-KansPlus twee handreikingen uitgebracht:

Adviseren rond reorganisatie in de zorg voor mensen met een beperking
een versie in eenvoudige taal
Vragen en antwoorden
In de praktijk komt er veel op u als raad af. Om u hierbij te ondersteunen, geeft het LSR antwoord op vragen die u als raad tegenkomt. Daarom vindt u op deze plaats de meest voorkomende vragen. De komende tijd worden deze vragen en antwoorden verder aangevuld. Staat uw vraag er niet bij of wilt u meer informatie neem dan contact op met de helpdesk.

Moet de bestuurder informeren of advies vragen over samenwerking andere organisatie?
Wat moet er in een sociaal plan staan?
Moet de adviesvraag over sluiting van locatie naar de centrale of lokale raad?
Mag de instelling zomaar stoppen met aanbieden ambulante zorg?
Kan de raad advies geven over ontslag personeel?
Kan de raad advies geven over bezuinigingen op de ondersteuning van de raad?
________________________________________________________________________

1. Moet de bestuurder informeren of advies vragen over samenwerking andere organisatie?
Onze Raad van Bestuur geeft aan dat de komende tijd in het kader van de Wmo veel samenwerkingsmogelijkheden met andere partners verkend gaan worden. Besluiten over samenwerken zullen in kort tijdsbestek genomen moeten worden. De Raad van Bestuur stelt daarom voor om geen advies hierover te vragen aan de clientenraad. Hij wil ons wel achteraf informeren over de samenwerkingsrelaties die hij is aangegaan. Wat is jullie advies hierin?

Antwoord
Omdat er veel beslissingen in een korte tijd genomen moeten worden kan de tijd voor het vragen van een advies krap zijn. Het is prettig dat de bestuurder dit van tevoren aangeeft en een alternatief biedt door de raad te informeren.

Toch hoeft tijdsdruk geen reden te zijn om de adviesprocedure niet te volgen. Een adviesprocedure hoeft natuurlijk niet altijd weken te duren. De clientenraad zou een verkorte adviesprocedure kunnen voorstellen. Bijvoorbeeld: bij voorgenomen samenwerking wordt de raad geïnformeerd en krijgt de raad gelegenheid om dit binnen een week met de bestuurder te bespreken. De raad neemt dan binnen een aantal dagen zijn standpunt in.

________________________________________________________________________

2. Wat moet er in een sociaal plan staan?
Bij onze instelling is een reorganisatie gaande waarbij diverse locaties gaan sluiten en cliënten moeten verhuizen. Nu moet er een sociaal plan opgesteld worden voor cliënten. Waaraan moet dat sociale plan voldoen?

Antwoord
Er zijn geen duidelijke regels waaraan een sociaal plan moet voldoen. Het LSR adviseert om de volgende punten in het sociaal plan op te nemen:

Informatie
Tijdige en regelmatige informatie door de zorgaanbieder aan cliënten (en hun familie) over de stand van zaken van de verhuizing of sluiting.
Informatie in begrijpelijke taal liefst zowel mondeling als schriftelijk.
Duidelijke informatie over de consequenties van de sluiting of verhuizing voor cliënten.
Informatie over keuzes die cliënten kunnen maken over de woning (andere woonlocatie van de zorgaanbieder of een woonlocatie van een andere zorgaanbieder of wellicht zelfstandig wonen).
Hoe er rekening gehouden wordt met de woonwensen van cliënten.
De medewerkers van de instelling moeten op de hoogte zijn van alle informatie zodat zij ook vragen van cliënten en verwanten kunnen beantwoorden.
Praktisch
Op welke datum de verhuizing of sluiting in gaat.
Welke individuele hulp en ondersteuning de cliënten krijgen voor, tijdens en na de verhuizing. (Hieronder vallen bijvoorbeeld hulp bij inpakken, vervoer, uitpakken, inrichten, aansluiting van apparatuur.)
Duidelijkheid over wat cliënten eventueel zelf moeten doen en regelen.
Wat de vergoedingen zijn voor verhuiskosten en herinrichtingskosten (zie kopje vergoedingen).
Vergoedingen
Cliënten mogen geen financieel nadeel hebben van de gedwongen verhuizing als gevolg van de verhuizing of sluiting. Dit geldt zowel voor de kosten van de verhuizing als van de herinrichting.
Informatie over hoe de vergoeding van de kosten plaats gaat vinden. Bijvoorbeeld in natura of op basis van ingediende nota’s.
Duidelijkheid welke kosten van de herinrichting vergoed worden en tot welke hoogte. In ieder geval vallen onder vergoeding door de zorgaanbieder de kosten voor de aanschaf van gordijnen, vitrages en vloerbedekking.
NB Het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) heeft op 14 februari 2014 een brief geschreven over de kosten van verhuizingen wanneer een instelling een locatie sluit. Hierin staat: “Ons standpunt is dat de instelling de kosten moet vergoeden die de bewoner vanwege dat besluit moet maken. Dat is geen (publiekrechtelijke) aanspraak en kan dus niet ten laste van de AWBZ komen, maar vloeit voort uit de relatie tussen aanbieder en bewoner. We zien die kosten vooral als frictiekosten die de instelling maakt om de betreffende locatie te sluiten.” Voor de brief klik hier.

Klachten
De mogelijkheid om een klacht in te dienen en informatie over hoe de klacht ingediend kan worden.
Het zou goed zijn als de zorgaanbieder een persoon benoemd die ‘vertrouwenspersoon sociaal plan’ als functie heeft. Deze kan bemiddelen bij geschillen en klachten en cliënten ondersteunen die een klacht of geschil willen voorleggen bij de klachtencommissie van de instelling.
________________________________________________________________________

3. Moet de adviesvraag over sluiting van locatie naar de centrale of lokale raad?
Bij onze instelling worden locaties gesloten. Waar moet de adviesvraag neergelegd worden? Bij de lokale of de centrale raad? En wat gebeurt er met locaties die geen cliëntenraad hebben?

Antwoord
In principe is het zo dat waar het besluit genomen wordt ook de medezeggenschap plaats vindt. Wordt het besluit om een locatie te sluiten door een manager, die over een aantal locaties gaat, genomen, dan heeft de lokale clientenraad adviesrecht. Als de bestuurder van de gehele instelling besluit om locaties te sluiten in het kader van een algehele reorganisatie dan heeft de centrale cliëntenraad adviesrecht.

Als de sluiting van de locatie op locatieniveau genomen wordt en er is geen clientenraad dan is er ook geen medezeggenschap. De manager heeft dan geen cliëntenraad waaraan de adviesvraag voorgelegd kan worden. Het recht van de medezeggenschap schuift niet automatisch door naar de CCR.

Bij de sluiting van locaties wordt een sociaal plan opgesteld waarin geregeld is waar de huidige clienten heen gaan en hoe het geheel georganiseerd wordt. Dit sociale plan is een regeling voor clienten en daarmee verzwaard advies (artikel 3.1.L).

Voor de inhoud van het sociale plan zie vraag 2 over de inhoud van het sociale plan.

________________________________________________________________________

4. Mag de instelling zomaar stoppen met aanbieden ambulante zorg?
Ambulante cliënten krijgen een brief van de instelling dat ze vanaf januari 2015 geen zorg meer krijgen van de instelling. We weten dat deze cliënten dan onder de Wmo gaan vallen. Maar mag de instelling zomaar stoppen met de zorg voor hen?

Antwoord
Vanaf het moment dat de nieuwe wet Wmo ingaat gaan de ambulante cliënten over naar de gemeente. De gemeente wordt dan verantwoordelijk voor de cliënten en gaat beoordelen wat een cliënt nodig heeft. Het is mogelijk dat de instelling afspraken met de gemeente kan maken om de begeleiding van de cliënten voort te zetten. Het kan ook dat de gemeente dit op een andere manier gaat organiseren. Buiten de huidige instelling. Dan zullen de cliënten niet meer begeleid worden vanuit de instelling.

Een instelling mag stoppen met het geven van zorg als er een gewichtige reden is. Een gewichtige reden is als de zorginstelling geen vergoeding meer krijgt. Als de zorginstelling géén contract krijgt met de gemeente om de zorg te verlenen krijgt zij geen vergoeding en mag ze de zorg opzeggen. Maar de instelling heeft een vergaande zorgplicht voor cliënten die onder haar zorg vallen. In andere gevallen – bijvoorbeeld als hij minder geld krijgt van de gemeente – mag zij niet zomaar de zorg beëindigen. De instelling kan dan wel met de cliënt in gesprek gaan en kijken of er andere afspraken gemaakt kunnen worden.

Contract opzeggen
Voordat de zorginstelling het contract met de cliënt opzegt moet zij de volgende stappen ondernomen hebben:

de cliënt is meermaals schriftelijk geïnformeerd
de consequenties van het beëindigen van het contract zijn uitgelegd
er is gezocht naar (interne) alternatieven voor de cliënt
die alternatieven zijn met de cliënt besproken zodat de cliënt hierover kan nadenken
de reden voor de opzegging (financiële reden) is duidelijk gecommuniceerd
er is een redelijk opzegtermijn.
Overgangsjaar
In het jaar 2015 geldt een overgangsrecht. Cliënten met een indicatie op persoonlijke verzorging, begeleiding, kortdurend verblijf en vervoer houden het recht op die zorg in de looptijd van hun indicatie en tot uiterlijk 31 december 2015. In het overgangsjaar hebben ze recht op zorg onder dezelfde condities als onder de AWBZ. Voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is dient de gemeente ervoor te zorgen dat de cliënt bij zijn bestaande zorgaanbieder blijft.

Vragen cliëntenraad
Om de transitie zo goed mogelijk te laten plaatsvinden, kan de raad aan de bestuurder de volgende vragen stellen:

Hoe zorgt de instelling ervoor dat de transitie zorgvuldig plaatsvindt?
Worden cliënten goed en duidelijk geïnformeerd zowel door de instelling als door de gemeente?
Worden de cliënten goed geïnformeerd over de consequenties van het beëindigen van het contract?
Worden er alternatieven geboden en hoe zien die eruit?
Gaat de instelling de cliënten nog begeleiden tijdens het overgangsrecht?
Is er duidelijkheid over de procedure en de planning rondom de transitie?
Is er een aanspreekpunt voor de cliënten zowel bij de instelling als bij de gemeente?
Krijgt de cliënt informatie over hoe en waar ze eventueel een klacht kunnen indienen?
_____________________________________________________________________

5. Kan de raad advies geven over ontslag personeel?
Door de bezuinigingen wordt veel personeel ontslagen. De bestuurder zegt dat dit alleen voorgelegd moet worden aan de OR omdat het gevolgen heeft voor het personeel. Is dit wel zo?

Antwoord
Van belang is om na te vragen wat de gevolgen van deze ontslagen zijn voor de instelling en voor cliënten. Als hierdoor bepaalde werkzaamheden niet meer plaats kunnen vinden dan valt het onder artikel 3.1.e van de Wmcz: ‘een belangrijke inkrimping van werkzaamheden’. Dan is het gewoon advies recht voor de cliëntenraad.

Door het ontslag van het personeel kan er ook iets wijzigen in de organisatie. Dat valt onder artikel 3.1.d.: ‘een belangrijke wijziging in de organisatie’ en is het ook gewoon advies.

Verder is het goed om te kijken of deze belangrijke wijziging gevolgen heeft voor cliënten. Het kan zijn dat door het ontslag van het personeel bepaalde activiteiten niet meer kunnen plaatsvinden. Bijvoorbeeld het zwemmen wordt afgelast of er is geen hulp meer bij het doen van de was. In die gevallen verandert er wat in een regeling voor cliënten. Dit is artikel 3.1.L en verzwaard advies.

________________________________________________________________________

6. Kan de raad advies geven over bezuinigingen op de ondersteuning van de raad?
Er wordt bezuinigd en een van de punten waarop bezuinigd wordt zijn de uren van de ondersteuner van de clientenraad. Mogen wij als raad hier advies over geven?

Antwoord
Een wijziging in ondersteuning, faciliteiten of budget van de cliëntenraad, valt onder het verzwaard adviesrecht. Het is een regeling zoals bedoeld in artikel 2, tweede lid Wmcz en dus verzwaard advies. In het advies is het belangrijk om goed te onderbouwen waarom jullie dat aantal uren ondersteuning nodig hebben.

Als het goed is staan de afspraken die gemaakt zijn over ondersteuning, faciliteiten of budget in het instellingsbesluit. Het kan ook zijn dat deze zijn opgenomen in een aparte regeling. Het LSR heeft een handreiking budgetregeling cliëntenraden geschreven. Hierin staat ook een voorbeeld budgetregeling opgenomen. De handreiking en een versie in eenvoudige taal is te bestellen via de webwinkel of het secretariaat van het LSR.

________________________________________________________________________

Achtergrondinformatie
Zorg verandert
Helpt cliënten de weg te vinden bij alle veranderingen. Zorg Verandert is een vierjarig (verander)programma, gesubsidieerd door het ministerie van VWS. Het programma wordt uitgevoerd via een samenwerkingsverband van cliëntenorganisaties waaronder het LSR.

Hoe verandert mijn zorg
Informatiewebsite voor cliënten van ministerie van VWS. De website is in eenvoudige taal geschreven. Deze website gaat over de veranderingen in de zorg. Daarbij zijn soms moeilijke woorden nodig. Daarom heeft de website een woordenlijst.

Hervorming langdurige zorg
Algemene informatie over Wmo en Langdurige zorg ministerie van VWS en informatie van betrokken branche-, beroeps- en cliëntenorganisaties. Doel van de website is om partijen te ondersteunen tijdens de transitie van het stelsel en de samenwerking ten behoeve van de continuïteit van zorg voor cliënten te versterken.

Aandacht voor iedereen
Het programma Aandacht voor iedereen versterkt Wmo-raden en lokale en regionale belangenorganisaties, cliëntenraden AWBZ en Wwb-cliëntenraden door informatie en advies van de landelijke patiënten-, gehandicapten- en ouderenorganisaties en de koepel van Wmo-raden.

Delen op social media

In de Wmcz artikel 3.1.g staat dat de cliëntenraad het recht heeft om advies te geven over de begroting. De begroting bestaat uit een financiële verantwoording van de beleidsplannen van de organisatie voor het komende jaar. Als de cliëntenraad een positief advies geeft over de begroting, wil dat niet zeggen dat de bestuurder de plannen die daaraan ten grondslag liggen ten uitvoer kan brengen zonder de cliëntenraad hierbij te betrekken.

Gedurende het jaar neemt de bestuurder naar aanleiding van de beleidsplannen voorgenomen besluiten. Deze voorgenomen besluiten moeten aan de cliëntenraad worden voorgelegd als gewoon of verzwaard advies.

Delen op social media

In het jaarplan staan de doelstellingen en plannen voor het komende jaar. De organisatie hoeft het jaarplan als geheel niet ter advisering voor te leggen aan de cliëntenraad. De afzonderlijke plannen die in het jaarplan staan, kunnen wel gewoon of verzwaard adviesplichtig zijn. De bestuurder zal, zodra er sprake is van een voorgenomen besluit, de cliëntenraad om advies of verzwaard advies vragen.

Het is wel aan te raden het jaarplan ter informatie te vragen aan de bestuurder. De cliëntenraad weet dan welke adviesvragen er komend jaar zullen worden voorgelegd en kan zich daarop voorbereiden. Ook kan de cliëntenraad plannen uit het jaarplan eventueel opnemen in het eigen werkplan van de raad.

Delen op social media

Voor het antwoord op deze vraag zijn twee criteria belangrijk. Wiens besluit is het om te gaan samenwerken en wat houdt de samenwerking in?

Wanneer er sprake is van een voorgenomen besluit van de raad van bestuur over een duurzame samenwerking dan moet dit besluit voorgelegd worden aan de cliëntenraad. Dit staat in de wet Wmcz artikel 3.1.b ‘het aangaan van een duurzame samenwerking met een andere instelling’. Dit is aan de orde als vakgroepen van verschillende ziekenhuizen gaan samenwerken op basis van een convenant tussen de raad van besturen en de medische staven van de ziekenhuizen. Bijvoorbeeld als er afgesproken wordt dat de specialisten van de ziekenhuizen operaties van elkaar gaan overnemen.

Het kan ook zijn dat vakgroepen van verschillende ziekenhuizen onderling afspreken om te gaan samenwerken. Bijvoorbeeld om kennis en ervaring met elkaar uit te wisselen. Deze samenwerking is geen bestuursbesluit en is geen samenwerking zoals bedoeld in artikel 3.1.b van de Wmcz en is daarmee niet adviesplichtig.

Delen op social media

In de wet Wmcz staat bij artikel 5.1: ‘de zorgaanbieder verstrekt de cliëntenraad tijdig en, desgevraagd, schriftelijk alle inlichtingen en gegevens die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft’.
De cliëntenraad heeft dus recht op alle informatie die nodig is om zijn werk goed te doen.

Bij het vragen naar de informatie is het van belang aan te geven waarom de cliëntenraad de informatie nodig heeft. Soms kan de cliëntenraad de informatie ook geanonimiseerd krijgen. Bijvoorbeeld als in notulen of documenten informatie over personen staat.

In de Wmcz staat ook genoemd welke documenten de zorgaanbieder openbaar moet maken (aan alle cliënten dus). Dit staat in artikel 9.1:
• het jaarverslag;
• op schrift gestelde uitgangspunten voor het beleid, waaronder begrepen de algemene criteria, welke bij de zorgverlening worden gehanteerd;
• de notulen en de besluitenlijst van de vergaderingen van het bestuur, voor zover deze algemene beleidszaken betreffen;
• een regeling inzake de behandeling van klachten van cliënten en andere voor cliënten geldende regelingen, alsmede een regeling als bedoeld in artikel 2, tweede lid (het instellingsbesluit van de cliëntenraad);
• het verslag, bedoeld in artikel 8 (De zorgaanbieder stelt jaarlijks een schriftelijk verslag op over de wijze waarop ten aanzien van de instelling deze wet is toegepast).

Delen op social media

Of adviesrecht van toepassing is, hangt af van het doel van het toepassingsbeleid. Vaak is cameratoezicht bedoeld om veiligheid te creëren of te versterken. Wanneer cameratoezicht onderdeel is van het veiligheidsbeleid van de organisatie, dan is de bestuurder verplicht het toepassingsbeleid als verzwaard advies voor te leggen aan de cliëntenraad volgens artikel 3.1.i van de Wmcz.

Voor informatie over cameratoezicht zijn op internet twee interessante brochures te vinden, namelijk: Handreiking cameratoezicht en cameraregistratie in ziekenhuizen van de CAOP uit 2012 en Handreiking cameratoezicht en beeldopnamen van de NVZ uit 2004. De brochures kunt u vinden op de websites: www.veiligezorg.nl en www.privacyindezorg.nl

Beide brochures kunt u ook opvragen bij de helpdesk van het LSR.

Delen op social media

Een instelling mag zelf bepalen hoeveel geld ze geven aan mensen die voor hun eigen voeding zorgen.

Voor advies over de hoogte hiervan kunnen ze kijken bij het Nibud. Het Nibud is een organisatie die advies geeft over geldzaken. Zij berekenen elk jaar hoeveel geld een persoon nodig heeft voor eten en drinken.

Voor 2013 is dat €6,33 per dag. Hieronder valt ontbijt (€0,56), lunch (€1,39), avondeten (€2,43) en diversen waaronder koffie en thee (€1,95).

Als de instelling iets wil wijzigen rondom de regeling voor voeding dan heeft de cliëntenraad verzwaard advies. Het is namelijk een regeling voor cliënten
(Wmcz artikel 3.1.L).

Delen op social media

Het gezondheidscentrum bepaalt in principe zelf wanneer het open is. Werken op zaterdag valt buiten de reguliere werktijden en is daardoor duurder volgens de cao. Het heeft dus wel financiële consequenties.

Elk gezondheidscentrum maakt afspraken over de kwaliteit, prijs en service van de te verlenen zorg met een zorgverzekeraar. Deze zorgverzekeraar bepaalt ook of er extra betaald wordt voor openingstijden buiten de reguliere werktijden. De meeste zorgverzekeraars stellen voorwaarden bij de openingstijden buiten de reguliere werktijden. Bijvoorbeeld dat de weekendspreekuren tussen 9 en 16 uur aangeboden worden, dat extra spreekuren op vaste momenten in de week zijn en dat er altijd een assistente aanwezig is.

Om te weten te komen hoe dit in uw gezondheidscentrum geregeld is, kunt u kijken op de website van de zorgverzekeraar waarmee afspraken gemaakt zijn of neem contact met de zorgverzekeraar op. Een cliëntenraad heeft verzwaard adviesrecht over het wijzigen van de openingstijden van het gezondheidscentrum. Openingstijden is een regeling voor cliënten volgens artikel 3.1.L van de Wmcz.

Delen op social media

De bestuurder is in principe de gesprekspartner van de raad. Hij legt adviesvragen voor over onderwerpen waarover hij bevoegd is een besluit te nemen. De raad van toezicht beslist over zijn eigen reglement, de bestuurder heeft hier geen bevoegdheden. Het is daarom logisch dat niet de bestuurder advies vraagt, maar de raad van toezicht zelf.

In het reglement van de raad van toezicht kan staan hoe de raad van toezicht zich tot de cliëntenraad verhoudt. Hierin zou vastgelegd kunnen worden wanneer de raad van toezicht en de cliëntenraad elkaar spreken, waarover dat gaat en wat de positie van de bestuurder daarbij is.

Er zijn cliëntenraden die op vaste momenten in het jaar een overleg hebben met de raad van toezicht, vaak zonder de aanwezigheid van de bestuurder. De bestuurder wordt wel vooraf of achteraf geïnformeerd over de onderwerpen en uitkomsten van het overleg. Deze overleg momenten variëren van een tot zes maal per jaar. Soms is er ook een periodiek overleg van de cliëntenraad met de persoon uit de raad van toezicht die door de cliëntenraad bindend is voorgedragen.

Delen op social media

Een andere manier van betalen in het restaurant of de winkel is een regeling voor cliënten. In de wet Wmcz valt dat onder artikel 3.1.L. Dat betekent dat de cliëntenraad hierover verzwaard adviesrecht heeft. Als de cliëntenraad geen adviesvraag heeft gekregen en de regeling is nog niet ingevoerd, kan de cliëntenraad aan de bestuurder vragen om de adviesvraag en aangegeven dat het verzwaard advies is.

Als de bestuurder het besluit al genomen heeft kan de cliëntenraad nietigheid inroepen. Dit kan één maand nadat de bestuurder het besluit heeft medegedeeld of dat de cliëntenraad merkt dat de regeling wordt ingevoerd. Mocht de regeling al zijn ingevoerd en de cliëntenraad weet het al langer dan één maand, dan kan de raad een ongevraagd advies geven. Dit ongevraagde advies moet op dezelfde manier behandeld worden als het gevraagde advies.

Bij het bespreken van het advies met de bestuurder kan de raad aangeven welke problemen zij zien bij het cashless betalen. En de raad kan vragen welke andere betalingsmogelijkheden onderzocht en overwogen zijn.

Delen op social media

Het hebben van een krant op de locatie is een regeling voor cliënten.
Je zou het ook als ontspanning voor cliënten kunnen zien.

Bij beide is het verzwaard advies. Dit staat in de wet Wmcz bij artikel 3.1.i
en 3.1.l. Dus de cliëntenraad had een verzwaard adviesvraag moeten krijgen.

Wat kan de raad dan nog doen?
De raad kan binnen vier weken nadat ze het gehoord hebben nietigheid
inroepen. De raad stuurt dan een brief aan de manager.
Daarin staat dat de raad het besluit nietig verklaart.

De manager moet het besluit dan weer terug nemen.
Daarna legt de manager het afschaffen van de krant voor aan de raad.

Delen op social media

Als de opnames worden gemaakt zodat de patiënt thuis nog eens kan horen wat er gezegd is, is dit een regeling voor cliënten. Dat valt in de Wmcz onder artikel 3.1.L en is verzwaard advies.

Een inhoudelijke tip hierbij is om het initiatief voor het opnemen van de gesprekken bij het ziekenhuis te leggen. Het ziekenhuis maakt de opnames en stelt deze aan de cliënt beschikbaar via bijvoorbeeld een patiëntenportaal van het ziekenhuis. Als patiënten zelf opnames van de gesprekken maken, zouden artsen bezwaar kunnen maken, uit angst dat de opnames worden gedeeld via sociale media. Door het via het portaal te regelen kan dit worden voorkomen.

Delen op social media

Door de nieuwbouw kan er niet meer gekookt worden. Niet meer kunnen
koken valt in de wet onder voeding. Veranderingen in de voeding zijn
verzwaard advies. Dit staat in de wet Wmcz bij artikel 3.1.i.

De cliëntenraad moet over het koken een verzwaard adviesvraag krijgen. Dat de cliëntenraad de nieuwbouw positief vond maakt hiervoor niet uit. Als de cliëntenraad nog geen adviesvraag heeft gekregen, vraag er dan naar
bij de manager.

Delen op social media

Volgens artikel 3, lid 1 f van de Wmcz heeft de cliëntenraad adviesrecht over het benoemen van personen die rechtstreeks de hoogste zeggenschap zullen uitoefenen bij de leiding van arbeid in de instelling.
Dit betekent dat de cliëntenraad inspraak heeft bij de benoeming van leden van de raad van bestuur voordat dit besluit genomen wordt.

In dit geval wordt het advies gevraagd als de betreffende persoon eigenlijk al lijkt te zijn aangesteld. Als de cliëntenraad eventueel een negatief advies zou willen geven is het niet meer mogelijk dit advies serieus te overwegen. Het gesprek dat de cliëntenraad met het toekomstige lid van de raad van bestuur heeft, lijkt in dit geval eerder een kennismakingsgesprek.

In de wet staat niets opgenomen over een procedure rondom de aanname van de raad van bestuur. Om in de toekomst deze situatie te voorkomen is het goed een procedure te bepalen. In deze procedure kan worden opgenomen wanneer en op welke manier de cliëntenraad in de sollicitatieprocedure betrokken wordt. Leg de afspraken rondom de procedure vast in de samenwerkingsovereenkomst.

Delen op social media

Als er een nieuwe manager komt bij de locatie dan heeft de lokale
cliëntenraad verzwaard adviesrecht. Dit staat in artikel 3.1.m van de Wmcz.

Hier werkt de manager al langer in de organisatie. Maar ook dan heeft de
cliëntenraad verzwaard adviesrecht. Er is een uitspraak van de Landelijke
Commissie van Vertrouwenslieden hierover. Zij zeggen dat gekeken moet
worden of de manager ook bij deze specifieke locatie leiding kan geven.
En dus dat de cliëntenraad hierover mag meebeslissen.

Delen op social media

Ja, dat kan. Wel is het zo dat de wettekst in artikel 3 lid 3 van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) hierover niet duidelijk is. Uit de memorie van toelichting van de Wmcz blijkt dat wanneer een cliëntenraad een ongevraagd advies geeft deze op dezelfde manier behandeld moet worden als een gevraagd advies. Geldt dit dan ook voor een verzwaard advies? Ja, dat blijkt uit de Handelingen van de Eerste Kamer.

Dus wanneer de cliëntenraad een ongevraagd advies geeft over bijvoorbeeld voeding, het veiligheidsbeleid of kwaliteitsonderzoek is het de bedoeling dat de overlegpartner het advies behandelt als een verzwaard advies. Benoem dit ook als cliëntenraad in de briefwisseling met de overlegpartner.

Delen op social media

Deze werkwijze is rechtsgeldig. Het digitaal verzenden van brieven wordt ook als schriftelijk gezien. Bij een uitspraak van de Hoge Raad over de rechtsgeldigheid van e-mail zegt de rechter dat het erom gaat dat ‘het in letters moet zijn vervat’. Dus correspondentie is ook rechtsgeldig wanneer deze in een e-mailbericht (in het tekstgedeelte of in een bijlage), via een sms, WhatsApp of een andere elektronische berichtenservice wordt verzonden. De bestuurder en de cliëntenraad kunnen dus op diverse manieren schriftelijk met elkaar communiceren. Maak hierover duidelijke afspraken. Het is daarbij ook van belang dat berichten veilig verzonden kunnen worden en gemakkelijk kunnen worden gearchiveerd.

Delen op social media

De bestuurder mag zelf een manager uitzoeken. Hij moet wel de raad om advies vragen wanneer hij wil besluiten die persoon aan te nemen. Volgens de wet Wmcz heeft de cliëntenraad verzwaard adviesrecht over dit ‘voorgenomen besluit’. Dat moet wel op tijd gebeuren. Is de raad het er niet mee eens, dan geeft hij een negatief advies. De bestuurder moet dat overnemen. Is hij het er niet mee eens, dan moet hij toestemming vragen aan de commissie van vertrouwenslieden.

Tip: Spreek met de bestuurder af hoe de cliëntenraad betrokken is bij sollicitaties. De raad heeft bijvoorbeeld een gesprek met de laatste 2 personen. Of leest de brieven. Of zit in de commissie die de personen uitkiest.

Delen op social media

Load More

Staat uw vraag er niet bij?
Stel hem dan aan de helpdesk: helpdesk@hetlsr.nl.

Delen op social media