Het LSR

Sterk in medezeggenschap

    • Contrast
    • Layout
    • Tekstgrootte

S. woont op een woning voor mensen met een ernstig meervoudige beperking. De andere bewoners kunnen niet of nauwelijks praten. Een enkeling slaakt harde kreten uit, anderen keren helemaal in zichzelf. S. kan wél praten en doet dit ook graag. Tijdens mijn bezoek aan de woning spreekt S. uit het liefst te willen verhuizen.

S. kan nu alleen met de begeleiding kletsen en voelt zich alleen op de woning. Ook heeft hij het gevoel altijd maar begrip te moeten hebben voor de andere cliënten. Terwijl hij zich behoorlijk kan irriteren aan de geluiden binnen de woning en het gedrag van de andere cliënten.

De begeleiding is op de hoogte van S.’s verhuiswens. Er is alleen niet direct een andere geschikte plek vrij en begeleiding maakt zich zorgen of hij niet terugvalt in oude patronen op een woning met een andere begeleidingsstijl. S. voelt zich maar deels serieus genomen en vindt het zoeken naar een andere plek maar lang duren.

Ik vraag S. om toestemming om eens uit te zoeken waarom het lang duurt en waar de zorgaanbieder nu mee bezig is. S. vindt dit heel fijn. Ik spreek met hem af dat ik weer contact met hem opneem als ik hier meer over weet.

Ik neem contact op met de begeleider van S.. Die laat weten dat S.’s mentor, net als de begeleiding, twijfels heeft over een eventuele verhuizing. De mentor en begeleider zijn wel op zoek gegaan naar een woning die voldoet aan S. wensen, maar ook aan de zorgvraag. Het contact met mij als vertrouwenspersoon Zorg lijkt wel weer wat extra aandacht op S.’s woonwens te vestigen. Ik spreek met S. af dat ik contact houd met de zorgaanbieder over de voortgang. En dat ik steeds met hem zal bespreken hoe de zoektocht ervoor staat. S. vindt het nog steeds lang duren, maar voelt zich nu wel serieus genomen.

BEKIJK MEER PRAKTIJKVOORBEELDEN

Delen op social media

Mis geen update
Schrijf je in voor de nieuwsbrief