Direct naar

“Ik moet al mijn medicijnen inleveren” (gehandicaptenzorg)
“Dit pandverbod maakt me boos!” (gehandicaptenzorg)
“Onze moeder wordt ingesloten vanwege corona” (psychogeriatrie)

“Ik moet al mijn medicijnen inleveren”

Casus gehandicaptenzorg

Mevrouw de Vries kwam nieuw wonen op een locatie en moest al haar medicatie inleveren, terwijl ze die tot dan toe zelf beheerde. Het argument van de zorgorganisatie hiervoor was dat deze de cliënt eerst beter wilde leren kennen, omdat er in het verleden sprake was geweest van overmatig gebruik. Mevrouw de Vries ging samen met de cliëntenvertrouwenspersoon Wzd hierover een gesprek aan met de zorgorganisatie. De CVP Wzd hielp haar vooraf bij het bepalen van de insteek en de gewenste uitkomst van het gesprek. Tijdens het gesprek werd samen bekeken wat er mogelijk was.

Uiteindelijk kreeg mevrouw de Vries het grootste deel van haar medicatie weer in eigen beheer. Ook werd een plan gemaakt waarin in kleine stapjes de rest van de medicijnen teruggegeven werd in eigen beheer. Een tussenoplossing als deze betekende voor mevrouw de Vries een grote stap in het terugkrijgen van de eigen regie. Als extra effect van deze kwestie onderzoekt de zorgorganisatie of een collectieve maatregel als deze (alle nieuwe cliënten leveren standaard hun medicatie in) overeind kan blijven in het kader van de Wet zorg en dwang.

De naam van de cliënt is in dit voorbeeld gefingeerd.

“Dit pandverbod maakt me boos!”

Casus gehandicaptenzorg

Peter meldde zich bij de cliëntenvertrouwenspersoon Wzd omdat hij een pandverbod had gekregen vanwege, volgens de zorgaanbieder, dreigend gevaar. Peter mocht niet meer naar de woning waar hij woonde omdat er dingen hadden gespeeld tussen hem en andere bewoners. De zorgorganisatie had daarop besloten dat hij elders moest gaan wonen en niet meer op de locatie mocht komen.

Peter zat met tal van vragen over het waarom van het pandverbod. De CVP Wzd kreeg in eerste instantie ook niet helder of het stappenplan uit de Wet zorg en dwang gevolgd was en hoe lang het bijvoorbeeld zou gaan duren. De CVP Wzd bereidde samen met Peter een gesprek voor met de managers van de zorgorganisatie en Peters persoonlijk en senior begeleider. Het was Peters nadrukkelijke wens dat de CVP ter ondersteuning aanwezig zou zijn bij dit gesprek.
De CVP hielp Peter de vragen die hij graag wilde stellen op een rij te zetten met als doel dat Peter het gesprek zoveel mogelijk zelf kon voeren. De uitkomst van het gesprek was dat het pandverbod in stand bleef, omdat er sprake was van ernstig dreigend gevaar. Hoewel Peter hier niet blij mee was, kon hij er nu wel beter mee leven omdat de situatie een stuk duidelijker voor hem was. De afspraken waren volgens het stappenplan gezet en beschreven. Plus, hij had het gevoel gehoord te zijn over de situatie. De organisatie gaf aan voortaan beter te kijken naar de eisen vanuit de Wzd bij het nemen van vergelijkbare maatregelen.

De naam van de cliënt is in dit voorbeeld gefingeerd.

“Onze moeder wordt ingesloten vanwege corona”

Casus psychogeriatrie

Verwanten namen contact op met de CVP Wzd over hun moeder die dementerende is, en beschreven een schrijnende situatie. Mw. Vredestein had corona en kon vanwege plaatsgebrek niet verpleegd worden op de cohortafdeling van haar verzorgingstehuis. De zorgorganisatie koos ervoor om haar op haar eigen eenkamerappartement in te sluiten, uit angst voor besmetting van de andere cliënten. Dit gebeurde zonder afstemming met de verwanten. De deur van de kamer ging op slot, mevrouw werd niet gedoucht en er werd een tijdelijk wc’tje op haar kamer geplaatst. Mevrouw Vredestein ontving het eten op de kamer, maar werd niet geholpen bij het eten. Ook mocht ze niet naar buiten. Mevrouw Vredestein verzette zich tegen de insluiting en rammelde steeds aan de deur.

Verwanten maakten zich ernstig zorgen en trokken aan de bel bij de zorgorganisatie. Daar vonden zij geen gehoor. Vervolgens namen zij contact op met de CVP Wzd. Op basis van de situatie schatte de CVP in dat er sprake was van acute nood.

Direct de volgende dag werd er een gesprek gearrangeerd tussen de verwanten, de manager, de zorgverantwoordelijke van de zorgorganisatie en de CVP Wzd. De verwanten bespraken vooraf met de CVP Wzd hun vragen, zodat zij zelf het gesprek konden voeren. Tijdens het gesprek ging het over: kan het anders zodat onze moeder een waardig leven heeft? Kan de kwaliteit van de zorg beter? Ook gaf de CVP Wzd informatie over het stappenplan dat gevolgd had moet worden rondom de insluiting. Het bleek dat er heel wat stappen waren blijven liggen.

Het gesprek had als resultaat dat er een bezoekregeling werd afgesproken. De verwanten, die zelf eerder al corona hadden gehad, gingen overdag bijdragen aan de zorg voor hun moeder. Ook mochten zij haar mee naar buiten nemen voor een wandeling op een afgezonderd buitenterrein zodat er geen besmettingsgevaar was voor andere cliënten en medewerkers.
Enige tijd later lieten de verwanten de CVP Wzd weten dat de situatie van hun moeder ten goede was veranderd met als gevolg een betere kwaliteit van leven. Zowel de verwanten als de CVP Wzd ontvingen van de zorgorganisatie een uitnodiging om de casus binnen de organisatie te bespreken om er zo van te leren.

De naam van de cliënt is in dit voorbeeld gefingeerd.

Delen op social media