Een nieuw wet

Sinds 1 juli 2020 is er een nieuwe wet voor cliëntenraden. Dat is de Wmcz 2018. In de nieuwe wet zijn er veranderingen voor de medezeggenschap. En verbeteringen. Hieronder zetten we de belangrijkste veranderingen en verbeteringen op een rij.

1. Cliëntenraden op elke locatie

Per locatie moet er een cliëntenraad komen. Dat kan bijvoorbeeld ook een raad zijn van een paar (kleinere) locaties samen. Het is belangrijk dat cliënten en familieleden van de locatie iets te vertellen hebben. Over wat er speelt en gebeurt in de woning of dagbestedingslocatie.

Het is belangrijk dat cliënten en familieleden van de locatie iets te vertellen hebben. Over wat er speelt en gebeurt in de woning of dagbestedingslocatie.

Er mag een centrale cliëntenraad zijn, maar dat is niet verplicht.

2. Meer onderwerpen bespreken

Er zijn nu meer onderwerpen waarover met de cliëntenraad moet worden gepraat. Ook in de lokale cliëntenraad.

3. Instemmingsrecht in plaats van verzwaard adviesrecht

Vroeger had de cliëntenraad verzwaard adviesrecht. Toen kon de bestuurder makkelijker een advies van de cliëntenraad naast zich neerleggen.

Nu is er het instemmingsrecht. De organisatie kan pas verder gaan als de cliëntenraad heeft ingestemd. Dat betekent dat de cliëntenraad het eens moet zijn met een besluit van de bestuurder of manager.

4. Geld voor een cursus en andere zaken

De organisatie moet zorgen dat de cliëntenraad voldoende geld heeft. Bijvoorbeeld om trainingen en cursussen te volgen. Ook moet de organisatie zorgen voor een coach of ondersteuner voor de cliëntenraad.

5. In de gaten houden

De inspectie houdt in de gaten of de zorgorganisatie zich wel houdt aan de nieuwe wet. De inspectie wil daar ook graag met de cliëntenraad over praten.

6. Vacature in de cliëntenraad

Een vacature voor de cliëntenraad is openbaar. Dat betekent dat iedereen kan ‘solliciteren’. En mensen niet via ‘vriendjespolitiek’ in de cliëntenraad worden ‘gekozen’.

7. Contact met de achterban

De cliëntenraad moet regelmatig de wensen en meningen van de achterban ophalen. De cliëntenraad moet ook regelmatig informatie geven aan de achterban. Over zijn werk en de resultaten daarvan.

8. Hulp van de organisatie

De zorgorganisatie moet de cliëntenraad helpen bij het contact met de achterban. Bijvoorbeeld bij het rondsturen van informatie. Of bij het ophalen van wensen en meningen van de achterban.

9. Informatie begrijpelijk en op tijd

De bestuurder of manager geeft de cliëntenraad op tijd informatie. Zodat de cliëntenraad genoeg tijd heeft om een goed advies te schrijven. Dus niet op het laatste moment.

De informatie moet ook begrijpelijk zijn voor de leden van de cliëntenraad.

10. Raad van toezicht

De raad van toezicht en cliëntenraad praten mimimaal één keer per jaar met elkaar. De raad van toezicht laat weten aan de cliëntenraad wat hij met de inbreng van de cliëntenraad heeft gedaan.

 

Delen op social media