12 september gaat de Tweede Kamer in debat met de minister over de herziening van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz). Het LSR heeft samen met LOC, KansPlus en Ncz een gezamenlijke brief opgesteld met aandachtspunten. De aandachtspunten worden gesteund door Patiëntenfederatie Nederland, Ieder(in) en Mind.

De gezamenlijke cliëntenorganisaties zijn blij dat op een aantal punten de wettelijke basis van cliëntenraden wordt versterkt. Cliëntenraden kunnen hierdoor sterker dan nu het geval is het cliëntenperspectief  inbrengen in de zorgorganisatie. Duidelijke verbeteringen zijn onder andere:

  • de invoering van het instemmingsrecht. Hierdoor hebben cliëntenraden meer mogelijkheden om invloed uit te oefenen op zaken die het directe leven van cliënten raken.
  • de verankering van de twee voorwaarden voor ondersteuning en financiering. Hiermee kunnen cliëntenraden in het gesprek met bestuurders duidelijk aangeven waar zij behoefte aan hebben en hoe de zorginstelling dit kan faciliteren.
  • het criterium bij 10 of meer zorgverleners een verplichting in te stellen voor een cliëntenraad.

Positief is ook dat een aantal waardevolle punten uit de huidige wet gehandhaafd blijft, zoals het bindend voordrachtsrecht voor een lid van de raad van toezicht.

Aanscherping

Ondanks de vele verbeteringen die het wetsvoorstel bevat, zien de cliëntenorganisaties ook nog belangrijke punten die aanscherping behoeven:

Lokaal organiseren

Lokale medezeggenschap moet leidend zijn. Het wetsvoorstel (art. 3.4. Nee, tenzij) laat te veel ruimte voor het instellen van alleen een centrale cliëntenraad en op lokaal niveau af te zien van het inrichten van cliëntenraden. Dit zou moeten worden aanpast in Ja, tenzij, zoals het eerder ook al in het wetsvoorstel opgenomen is geweest. In deze ontwerpversie werd de instelling ook beter vanuit dit principe gedefinieerd als: ‘elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband dat zorg verleent’ (ontwerpversie
september 2016 art 1 lid 1b).

Het verbaast de cliëntenorganisaties nog steeds dat dit is veranderd, aangezien er brede consensus in het land is dat lokale medezeggenschap de basis is voor goede medezeggenschap. Op deze manier kunnen kunnen cliënten(vertegenwoordigers) zelf bepalen of ze wellicht een andere vorm van (mede)zeggenschap willen. Maar de zekerheid van de lokale cliëntenraad blijft bestaan.

De nadruk op lokale medezeggenschap past ook bij het mede door de Tweede Kamer ingezette beleid om meer lokaal te organiseren. Zo is er in de ouderenzorg bijvoorbeeld sprake van het programma ‘waardigheid en trots op locatie’, waarbij per huis betrokkenen aan verbetering werken. De cliëntenraad op locatie is daarbij van groot belang.

De cliëntenorganisaties dringen er daarom op aan het ‘ja tenzij-principe’ in de wet op te nemen conform de tekst van de internetconsultatie en het daarbij behorende instellingsbegrip.

Inspraak en medezeggenschap

Het is noodzakelijk dat het wetsvoorstel duidelijk(er) wordt over het verschil tussen inspraak (art. 2) en medezeggenschap. Nu lijkt inspraak medezeggenschap (de formele cliëntenraad) te vervangen. Immers op lokaal niveau wordt er erg veel ruimte gelaten om alleen nog inspraak in te regelen en lokale cliëntenraden af te schaffen. Daarmee wordt de invloed van cliënten erg vrijblijvend. We zien in de praktijk nu al dat inspraak medezeggenschap vervangt.

Daarom vinden de cliëntenorganisaties dat wettelijk moet worden vastgelegd dat inspraak niet in de plaats komt van formele medezeggenschap via de cliëntenraad. In de wet zou moeten worden vastgelegd dat inspraak niet in de plaats komt van medezeggenschap door de cliëntenraad.

Onafhankelijke ondersteuning

De onafhankelijke ondersteuning is essentieel voor goede medezeggenschap. Daarom moet de cliëntenraad daar ook instemmingsrecht krijgen op de selectie én benoeming van de
onafhankelijk ondersteuner. Te vaak gebeurt nu dat er een ondersteuner aangewezen wordt die weinig voeling heeft met de cliëntenraad.

De cliëntenorganisaties verzoeken daarom om het instemmingsrecht op de selectie én benoeming van de onafhankelijk ondersteuner op te nemen in de wet.

Geschillencommissie

De Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden heeft sinds 1996 een belangrijke positie opgebouwd in het beoordelen van geschillen en doen van uitspraken. De cliëntenorganisaties bepleiten één Commissie in plaats van de mogelijkheid tot versplintering. En vragen om de uitspraken van de LCvV als bindend te blijven beschouwen. Dat wordt in het voorliggende wetsvoorstel opgeheven.

Ook is het van groot belang dat de kosten van een procedure bij de LCvV voor rekening van de zorgaanbieder komen. Dit omdat anders de positie van cliëntenraad wordt verzwakt en er sprake is van rechtsongelijkheid.

In de nieuwe wet zou daarom geregeld moeten worden dat alle zorgorganisaties gebruik maken van de Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden, de uitspraken bindend zijn en dat de kosten van de cliëntenraad voor juridische ondersteuning bij een gang naar de LCvV betaald worden.

Ten slotte

Er is al vele jaren sprake van een herziening van de Wmcz. De cliëntenorganisaties merken dat er steeds druk uitgeoefend wordt van diverse kanten om de positie van de cliëntenraad eerder te verzwakken dan te versterken. Het is daarom nodig om nu door te zetten en daadwerkelijk te kiezen voor versterking van de cliëntenraad zodat het cliëntenperspectief sterker naar voren komt in de zorg.

Achtergrondinformatie

Gezamenlijke brief aan leden Tweede Kamer

Overzicht Wmcz Tweede Kamer

Wmcz 2018 – een lange mars; interview met Jasper Boele, directeur LSR

Achtergrondinformatie: Een compleet overzicht (nieuwsberichten, artikelen, wetten en wetsvoorstellen, onderzoeken en andere documenten) van de ontwikkelingen t.a.v de wetgeving cliëntenraden van 2008 tot actuele informatie nu. 

Delen op social media

About Author